Erfgoedcentru SZU006000073

Galgenbolwerk

Galgenveld

Op een oude plattegrond van de stad Zutphen staat ter hoogte van de Spittaalstraat de aantekening:  ‘Voormalig Galgen Bolwerk’. Intrigerend! Heeft dat echt te maken met een galgenveld? Hoe zat dat in vroeger tijden?
In de middeleeuwen kon je Zutphen via de Laarpoort, de Spittaalpoort en de Nieuwstadspoort per weg  bereiken. Is daarom het galgenveld bij de Spittaalpoort aangelegd? 

Historie

Tot 1795, en soms nog wel langer, hadden steden buiten hun poorten een galgenveld. Dat was vaak woeste grond op een goed zichtbare plaats langs een doorgaande weg, op een heuvel of aan een rivier. Woeste gronden werden wel geassocieerd met van God verlaten gebieden, waar misdadigers en heidenen volgens de christenen thuishoorden. Een meer prozaïsche reden is dat in het open veld de zichtbaarheid, en dus de afschrikkende werking, groter is. Van sommige galgenvelden is bekend dat ze nooit gebruikt zijn, maar enkel een afschrikfunctie hadden.

Erfgoedcentru
SZU006000073
Erfgoedcentru SZU006000073
Patriotten verlaten Utrecht, 1787, anoniem, 1787 ets en gravure, met de hand gekleurd, h 214mm × b 312mm
© Rijksmuseum Amsterdam RP-P-OB-85.827

Uitvoering

In veel gevallen werd de uitvoering van het doodvonnis niet op het galgenveld uitgevoerd. Dit gebeurde vaak op een centrale plaats van de stad, waarbij de voltrekking in de openbaarheid gebeurde. 
Nergens in oude stukken in het archief van Zutphen is  een bevestiging te vinden  van het feit dat er mensen op de Groenmarkt bij de Wijnhuistoren zijn onthoofd of opgehangen. Er is wel het nodige over geschreven maar waar de mensen ter dood zijn gebracht,  is niet bekend. Vermoedelijk was dit buiten de poort(en) van Zutphen. Naast het Galgen Bolwerk bij de Spittaalstraat was er ook een galgenveld op het huidige industrieterrein de  Mars.

Galgenbolwerk-uitsnede-Joan_Blaeu_Zutphen_1649

Ophanging

Op 22 januari 1717 heeft er een duel plaats tussen twee garnizoenssoldaten waarbij er één dodelijk verwond raakt. Twee dagen later staat te lezen in het Repertorium op de resoluties van de Magistraat 1701-1740, dat de “ De executie der sententie aan ’t zelve om in ’t galgenbolwerk opgehangen en ’s avonds onder de galg begraven te worden, als voren overgelaten. Aan die commissie tevens geantwoord, dat in caso van hinderinge, geweld met geweld mogen te keer gaan. De betreffende garznizoenssoldaat wordt na een veroordeling gehangen. ” (Sententie is een beoordeling op gevoel of van waarneming.)

Bron: Erfgoedcentrum Zutphen

Na de executie werd het lijk op een horde, een soort slee van takken, naar het galgenveld gebracht en daar opgehangen of op de radstake, een stevige meters hoge paal met bovenaan een horizontaal geplaatst wiel, gelegd. Beide vormen zijn terug te vinden in het gezegde “hij groeit op voor galg en rad”. Ook werden wel specifieke lichaamsdelen tentoongesteld, zoals hoofden die op staken werden gespietst na onthoofding. Een gehangene had geen recht op een waardige begrafenis, het was gebruikelijk dat zijn stoffelijk overschot door dieren werd opgegeten.
Er werd begraven in en rond de kerken, dat was gewijde grond waarin geëxecuteerden niet werden toegelaten. De resten werden daarom vaak begraven in een knekelput onder de galg.

De Marsch

Aan de militairen de justitieplaats op de Marsch geaccordeerd, en vermits de galg aldaar niet in staat was, dat het hangen aan de paal mag geschieden, mits de nagel zo hoog moogelijk geslagen worde. In ’t verzoek der militairen om aldaar een nieuwe galg op te richten gedifficulteerd. Een vertoond patent. Vier militairen deliquanten aan dezelve ter straffe overgelaten, zonder consequentie. 

Info: https ://nl.wikipedia.org/wiki/Galgenveld_(algemeen)

Galgenveld Baronsbergen

Even ten zuiden van Zutphen liggen de Bronsbergen, een aantal rivierduinen niet ver van de IJssel. Vroeger ook wel Bru(y)nsbergen of Baronsbergen genoemd. Op oude kaarten is het gebied te herkennen aan getekende duintjes. Het hoogste duin is de Harenberg. Dat was ook de naam van de boerderij annex herberg aldaar daar in de buurt stond een galg van de stad Zutphen.

De Duinen

Het rivierduinencomplex zelf wordt al in 794 genoemd. De oudste naamsvermelding dateert uit 1316.[1] In dat jaar kreeg de horige Greta de Hezewolde toestemming om een akker op ‘Brunesberghe’te verkopen aan een begijn van het Spittaal. Dat Zutphense klooster werd zo genoemd vanwege het naastgelegen hospitaal, gesticht rond 1250. Het had vele bezittingen in de wijde omgeving.

Percelen kregen dan ook namen als Bagijnenland, Bagijnenbult en Bagijnenmaatje. Het Bagijnenland vinden we tegenwoordig nog terug als straatnaam in de Zuidwijken van Zutphen. Zo ook de Harenbergweg daar in de buurt. Inmiddels is het gebied door zandwinning sterk aangetast. Circa de helft van de duinen is in de loop der tijd afgegraven. Tot 1989 vielen de Bronsbergen onder Wichmond, destijds gemeente Warnsveld. Daarna onder Zutphen.
            De Harenberg heeft een hoogte van 14,80 m. +NAP. ‘Haar’ betekent zandige hoogte. De galg stond op een duin aan de overkant van de weg die Zutphen met het achterland verbond. Vanwege hoogte en ligging was dit een strategische plek. Zo hoopte de stad bezoekers met criminele plannen af te schrikken. Ook toen al deed men aan misdaadpreventie.

Inundatiekaart anno 1702 van Augustus Behmhever.
Bovenaan staat de galg afgebeeld tussen de duinen

.

Het is niet bekend wanneer de galg is opgericht. De oudst gevonden afbeelding is die op een kaart van Bernard Kempinck uit 1619. Van na de overstroming in 1702 dateert een inundatiekaart waarop ook de galg getekend is. Op een kaart van Hottinger uit 1779 staat de plek aangeduid als ‘geregtplaats’.

En op de Rijkswaterstaatkaart van 1884 is in dat perceel een kleine bult getekend die tot 11 m. +NAP reikt, ruim anderhalve meter hoger dan het veld eromheen. Volgens het boek Boerderij- en Veldnamen in Warnsveld [6] ligt daar een perceel met de naam Galgenbult. In de Tafel Warnsveld [7] is tussen 1714 en 1801 bij Wichmond zes keer sprake van een transactie rond bouwland met de naam Galgenland, waaronder eenmaal met de toevoeging ‘naast de weide van het Harenberg’

De galg

Het is niet bekend wanneer de galg is opgericht. De oudst gevonden afbeelding is die op een kaart van Bernard Kempinck uit 1619. Van na de overstroming in 1702 dateert een inundatiekaart waarop ook de galg getekend is. Op een kaart van Hottinger uit 1779 staat de plek aangeduid als ‘geregtplaats’. En op de Rijkswaterstaatkaart van 1884 is in dat perceel een kleine bult getekend die tot 11 m. +NAP reikt, ruim anderhalve meter hoger dan het veld eromheen. Volgens het boek Boerderij- en Veldnamen in Warnsveld [6] ligt daar een perceel met de naam Galgenbult. In de Tafel Warnsveld [7] is tussen 1714 en 1801 bij Wichmond zes keer sprake van een transactie rond bouwland met de naam Galgenland, waaronder eenmaal met de toevoeging ‘naast de weide van het Harenberg’.

          Ophangingen waren destijds volksvermaak. Het voltrekken van een vonnis werd meestal van te voren door een omroeper wijd en zijd bekendgemaakt. Dit met als doel de mensen te waarschuwen voor deze consequentie van bepaalde misdrijven. Zo was een aanstaande ophanging al gauw in de verre omtrek bekend. Wie weet liep op sommige momenten half Zutphen wel uit om zich aan het leedvermaak te vergenoegen. Gezellig een dagje uit. Menig staaltje galgenhumor zal in de herberg over de toog zijn gegaan.
           

In veel steden werden executies in de stad voltrokken. Pas daarna werd het (ontbindende) lijk als afschrikwekkend voorbeeld aan een galg in het buitengebied opgehangen. Op de Harenberg zijn echter wel degelijk doodvonnissen voltrokken. Dat valt bijvoorbeeld op te maken uit een besluit van de landdrost van het Graafschap Zutphen uit december 1626 (hertaald):“Omdat vanwege het seizoen de gevangenen niet op de Bronsbergen geëxecuteerd kunnen worden, wordt daartoe de plaats op de Mars ter beschikking gesteld.”[8] Met ‘het seizoen’ zal het natte jaargetijde bedoeld zijn. Toen Zutphen nog ommuurd was, kon je de stad slechts door de vier stadspoorten in of uit. Bij hoogwater werd de poort richting Bronsbergen, de Spittaalpoort, geregeld gesloten.

Het einde van de galg

Medio januari 1795 vlucht onze stadhouder Willem V naar Engeland, een actie die het begin van de Bataafse Republiek markeert. Het bestuurscollege dat daarop tijdelijk het gezag uitoefent – de Provisionele Representanten van het Volk van Holland – doet op 6 maart van datzelfde jaar een verklaring uitgaan met onder meer de volgende inhoud:
“Jarenlange ondervinding leert dat de galgen, raderen en geselpalen die op vele plaatsen langs de openbare wegen staan opgesteld, slechts een treurig schouwspel geven van de barbaarsheid van vroeger tijden. Aandoenlijke harten worden er gevoelig door getroffen, terwijl boosdoeners er niet door van het kwaad worden afgeschrikt. Daarom hebben wij besloten dat alle overblijfselen van deze oude barbaarsheid overal in deze provincie zo snel mogelijk, maar uiterlijk zes weken na afkondiging van dit besluit, moeten worden verwijderd…” (Harenberg volgens het Kadaster anno 1832)

De galg bij het Harenberg is dus uiterlijk begin 1795 voor de laatste keer gebruikt. Al in 1684 merkte de Zutphense advocaat Jacob Hasebroek op: “Men zegt weleens dat de galg voor ongelukkigen gemaakt is, niet voor schelmstukken.’[13] Voor de stakkers dus, niet voor de rakkers. In een reisbeschrijving refereert H.N. van Til in 1832 aan de inmiddels verdwenen galg:
“Men gaat langs een niet onaangename weg tot aan de zogenaamde Brons- of Baronsbergen, zijnde een verzameling van heuvels in de nabijheid van de herberg het Harenberg. Op een van deze heuvels stonden in voormalige tijden de werktuigen voor de lijfstraffelijke rechtspleging, want de rechtbank van de stad liet hier de misdadigers de hen opgelegde straf ondergaan.”[14]

Ooit was er bij het Harenberg een aanlegplaats voor schepen en een tolboom op de weg richting Doetinchem. Ook was er een speeltuin met een doolhof, en waren er zandstrandjes langs de IJssel. Vanuit de theekoepel op de heuvel had men een schitterend uitzicht. Vanaf 1902 stopte de stoomtram van Zutphen naar Emmerik er voor de deur. Geen wonder dat het voor gezinnen uit de stad een geliefde plek was om te verpozen.
             In 1945 is de boerderij annex herberg tijdens de bevrijdingsacties verwoest. Het pand is daarna wel herbouwd, maar geen uitspanning meer geworden. Net als de familie Harenberg heeft ook de familie Wunderink er vier generaties lang de scepter gezwaaid. Van de herberg rest nog slechts de ijskelder.

De ijskelder, nu bewoont door vleermuizen
De ijskelder, nu bewoont door vleermuizen

Met dank aan Alice Garritsen voor het mogen gebruiken van haar Blog over de Galg die zich op de gronden van haar voorouders bevond.

SZU002001336
https://www.berghapedia.nl/index.php?title=Bestand:Tram_Zutphen_Emmerik_kl.jpg

Bronnen:

1. Brouwer en Raad p. 9
6. Boerderij- en Veldnamen in Warnsveld, Doetinchem 1991
7. RAZ, Archief 0338 Scholtambt Zutphen, inv.nr. 252 en 253 Tafel op het protocol van opdrachten, vestenissen en andere voluntaire akten
8. RAZ, Archief 1 inv.nr. 111, Transcriptie Repertoria op de resoluties van de magistraat, blz. 196, Landdrost der graavschap, stadhouder en landschijver 20-12-1626
12. Gelders Archief, Toegang 0005, inv.nr. 463, jaar 1796
14. Van Til p. 81-82

Aangevuld met wikipedia en Het Gilde Stadswandelingen, verdere bronnen in de blogpot van Alice Garritsen waarbij de rode draad van haar familie is weggelaten om zodoende het verhaal van de galg bondiger te kunnen vertellen.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *