Dodenakker in Engelse landschapsstijl

Door: Ton van Ingen Schenau
In het Waterkwartier bevindt zich de Algemene Begraafplaats. Een rijksmonument, ontworpen door de bekende Haarlemse architect J.D.Zocher jr. en aangelegd in 1829.
Het markante poortgebouw, met aula, van dit aan de Warnsveldseweg liggende complex, biedt toegang tot een gedeeltelijk in Engelse landschapsstijl ingerichte dodenakker en is beslist het bekijken waard.

Begraven van onze doden kent .een uitgebreide historie, die terug gaat tot in de oudste tijden. In onze westerse samenleving had dit ritueel, onder invloed van het christendom, als regel plaats in de kerk of op een in de onmiddellijke omgeving daar- van gesitueerd kerkhof. In Zutphen was dat niet anders. Vooral in de Sint Walburgiskerk zijn de vele grafstenen van belangrijke ingezetenen uit het roemrijke verleden van de Hanzestad daarvan een treffend bewijs. Aan deze traditie kwam op 23 juni 1803 formeel een eind.

De toenmalige machthebber Napoleon (de 1e), die ons land bij zijn keizerrijk had ingelijfd, besloot toen dat in kerken, synagogen, ziekenhuizen en openbare kapellen binnen de omwalling van steden en grote dorpen niet meer mocht worden begraven. Nadat met Napoleon het Franse gezag was verdwenen, dacht men weer op de oude voet door te kunnen gaan. Maar de toen aan het bewind zijnde Koning Willem I dacht daar anders over.
Bij Koninklijk Besluit werden de bepalingen van het Keizerlijk Decreet weer van kracht verklaard en moest iedere gemeente van meer dan duizend zielen over een begraafplaats beschikken. De veranderende beschavingsnormen en de ontwikkeling van de algemene hygiëne hadden op de besluitvorming grote invloed.

Ook voor Zutphen betekende dit dat naar een alternatief voor het begraven in de kerken en op de kerkhoven bij de verschillende kerken moest worden gekeken. De Joodse begraafplaats lag toen al buiten de stadsmuren en was zijn tijd dus al vooruit. Na veel discussie werd in de Galileënkamp, aan de straatweg naar Warnsveld een geschikt stuk grond gevonden en in 1829 werd besloten daar een algemene begraafplaats te stichten.
De geraamde kosten werden begroot op 20.000 gulden, inclusief het ophogen van de grond en de bouw van een stenen onderkomen, met een ‘bijzonder vertrek’ om het begraven van schijndoden te voorkomen.

Gracht

Onder leiding van de bekende architect ].D.Zocher jr. werd met de werkzaamheden begonnen. Er werd een gracht om het geheel gegraven en de daarbij vrijkomende grond werd gebruikt om het terrein op te hogen. Dit om overstroming bij hoog water te voorkomen. De dodenakker werd ingericht in de toen in zwang zijnde Engelse landschapsstijl. Voor de katholieken werd een afzonderlijk deel gereserveerd, dat door een gracht van de rest was gescheiden, maar via een dam kon worden bereikt. Opvallend is dat de begraafplaats omzoomd werd door een ‘aangekleed’ pad, dat rechtstreeks verbonden was met de Lunetten van Coehoorn ofwel het Sidneypark, Slinger bos en Coenenspark.
Latere uit breidingen en de verzelfstandiging van de Rooms Katholieke begraafplaats, met een toegang via een eigen poortgebouw maakten het complex tot wal het nu is. De ter gelegenheid van het in 1994 verschenen boek ‘Onder groene zoden’ (de geschiedenis van de Zutphense begraafplaatsen) uitgezette wandeling in de tuin der doden biedt ruimschoots gelegenheid van de meest markante plaatsen van de begraafplaats kennis te nemen.

Bron: Onder groene zoden, de geschiedenis van de Zutphense begraafplaatsen, door Jan Kreijenbroek en Elfri Cranen. Dit boekwerkje is verschenen als nummer 10 van de Zutphense Archiefpublicaties, onder redactie van M.R.Hermans en J.C.Riemens.

Wandeling in de tuin der doden

1. De wandeling begint voor de ingangspoort van de begraafplaats. Dit in 1829 door Arnoldus Gerhardus Huender opgetrokken poortgebouw is als rijksmonument geregistreerd. In datzelfde jaar werd, te midden van de verdedigingswerken die zich rondom de stad bevonden, de begraafplaats aangelegd. De wetgeving op dit punt verplichtte de gemeen- te de doden voortaan buiten de bebouwde kom te begraven. Omdat de locatie vlakbij de oostelijke verdedigingsgordel van Zutphen lag, werd de toegangspoort in hout uitgevoerd. Bij oorlogsdreiging kon deze dan snel worden afgebroken en was het schootsveld vrij van obstakels.

2. Onder de poort doorgelopen komen we op de begraafplaats. Direct valt het parkachtige landschap op niet de enorme Taxus. Van oorsprong is de begraafplaats ontworpen door de Haarlemse landschapsarchitect J.D.Zocher jr. Deze heeft de begraafplaats laten aanleggen in Engelse landschapsstijl. Kenmerkend zijn de hoge, dicht aaneengesloten bomen, die het park omzomen. U ziet prachtige paardenkastanjes, bruine berken en koningslinden. Ook de wandelpaden, die door het park slingeren, passen in de 19e eeuwse romantische stijl. Zij voeren de bezoeker weg van de dagelijkse werkelijkheid en brengen hem in een sfeer van rust en bespiegeling. .

3. Bij de ingang nemen we meteen het eerste pad rechts. Links zien we een deel van de gracht, die rond de begraafplaats is aangelegd. Even verderop staat een gebouwtje, dat als baarhuis heeft dienst gedaan. Links staat een haagbeuk en verderop linden en beuken. Aan de andere kant van het water ligt de rooms katholieke begraafplaats.

4. Links afslaand komen we op het gedeelte dat bekend staat als de hoofdbegraafplaats. Voorbij de reusachtige conifeer verlaten we het pad en lopen we het oude gedeelte op. Hier vinden we grafstenen van bekende Zutphense families zoals Evekink, Ketjen en Hallegraaf. Opvallend is het grafmonument van de familie van Hasselt. Deze familie heeft in de 18e en 19 eeuw een belangrijke rol gespeeld in het stadsbestuur. Vlak voor dit monument treft u de staande gedenksteen aan van de Zutphense architect F.H.van Ettiger en zijn vrouw (307).
Van Ettiger speelde niet alleen een belangrijke rol bij de slechting van de eeuwenoude vestingwerken in het laatste kwart van de 19e eeuw, maar vooral ook voor de uitbouw van het nieuwe Zutphen.
Meer naar het oosten. vinden we enkele graven van hervormde Zutphense predikanten. Aan de westelijke rand staat de buste van huisarts Willem Mulder, uitkijkend over de graven van de eerste klasse. Dit deel valt vooral op door de ruime aanleg. Alleen de welgestelden konden zich daar een plaats veroorloven. Op het grasveld staan treuressen, die de vergankelijkheid van het leven een extra accent geven. Opvallend is de enorme hoogte, die de hulst en taxus op het oostelijke deel hebben bereikt. Terug bij de plek waar we het pad verlieten, vervolgen we de route bij de rustplaats van Jhr. Beelaers van Blok- land (621). Rechts het water en links de levensboom.

5. Met de bocht meelopend – voor het bankje – zien we dat aan de linkerzijde de opzet van de begraafplaats is veranderd. De ‘aanleg van de graven is soberder en er is per graf ook minder ruimte. De grafzerken zijn eenvoudig uitgevoerd en een aantal is door de tand des tijds aangetast. Dit is het gedeelte van de 2e klasse. We lopen door over de 3e klasse en vervolgen onze weg tot we bij een open grasvlakte komen.

6. Bij het graf van de familie van Zadelhof (598) houden we links aan. Rechts zien we een opvallende steen, die ons vertelt dat hier de proveniers van het Bornhof begraven werden. Zij woonden in het uit de 14e eeuw daterende en in de 19e eeuw ingrijpend verbouwde Bornhof, ooit een huis waar armen en behoeftigen welkom waren. Later, tot in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw, herbergde het oude vrouwen en mannen..

7. Onze weg vervolgend, zien we links weer een gedeelte van de 2e klasse. Hier ligt onder andere DY Itz begraven, de
voorganger van stadsarchitect Van Etteger. Bijzonder fraai is hier het zicht over het park. Het besloten karakter ervan
wordt geaccentueerd door de vele bomen, die los en in groepjes op de verschillende klassen te zien zijn.

8. Rechts, direct naast het pad, zijn op enkele plaatsen nog enkele graven van de 4e klasse. Links is weer een gedeelte met graven van de le klasse. Hier vinden we ook het de gereformeerde predikant H.Hummelen. In het oog valt de gebeeldhouwde open- geslagen bijbel.

9. Rechts aanhoudend en voor het links liggende graf van Carel Everhart, graaf van Limburg Stirum (196) gaan we rechts- af. We betreden nu het 20e -eeuwse deel van de begraafplaats, dat in de jaren dertig werd aangelegd. In veel opzichten verschilt de opzet van die van de 19e -eeuwse landschapsstijl. Omdat er behoefte aan meer graven was, zijn de ruimtes beperkt. Ook de toegepaste boom- en struiksoorten zijn wezenlijk anders dan we eerder zagen. De grote variëteit aan vegetatie roept herinneringen op aan de crisisjaren, waardoor de tegenstelling tot de inrichting van het oude deel van de begraafplaats extra wordt benadrukt.

10. Zodra we op het nieuwe gedeelte zijn gaan we rechtsaf. Daar vinden we de vele graven uit de periode 1940-45. Veel burgers die bij het bombardement van 14 oktober 1944 het leven lieten liggen hier begraven. Een monument herinnert aan de in 1940 bij de Duitse inval omgekomen militairen. In buurt van dit monument staan vier zuilvormige eiken. Omdat de grote lijn van Zocher hier ontbreekt, roept dit deel van de begraafplaats een heel andere sfeer op.

11. Bij een splitsing gaan we linksaf. Via het laantje met acaciabomen lopen we terug naar de ingang van dit deel. We vervolgen onze weg in de richting ven de oude begraafplaats en gaan dan rechtsaf. Rechts zien we nog een deel van de 4e klasse en rechtdoor lopend passeren we, via een hoge haag, de laatste graven van de 2e klasse. Aan de andere kant hiervan doemt het houten poortgebouw op, aan de andere kant waarvan zich het ‘land der levenden’ bevindt.

GEPLAATST: STENTOR 13 mei 2006

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *