De Biervoeder

De Biervoerder.

De Biervoeder is genoemd naar de oorspronkelijke bestemming van het pand. Herman Sackers bouwde het pand in 1629 en gebruikte het als een pakhuis voor bier en andere handelswaren. (Biervoeder, biersteker of brouwer)

Mogelijk runde Herman er ook een herberg.

Op de plaats waar het huis gebouwd is, stond eerder een middeleeuws huis uit ca. 1400 wat rond 1525 gesloopt was. Het waarom van de sloop is onduidelijk.

De Biervoeder heeft een zogenaamde Gelder-Overijsselse gevel. Deze bouwstijl komt voor in oude steden in Oost Nederland. Deze manier van bouwen past in de stijl van de late gotiek en de renaissance. (1).  

Hij bouwde zoals in die tijd gebruikelijk een tongewelfde kelder, een hoge ruimte op de begane grond aan de straatzijde, een lage ruimte erachter met een insteekverdieping waarbij je door een raampje in de winkel kon kijken (2), een opslagverdieping, een zolder en een opslagverdieping met hijswiel erboven. 

In 1828 is het pand waarschijnlijk aan een graanhandelaar verkocht die ook de hijsinstallatie verplaatste naar de top van de gevel, wat mede de oorzaak is dat de gevel gespaard gebleven is. Voor die tijd werd de handelswaar inpandig naar boven gebracht.

Het verwijderen van zo’n dertig kuub zooi aan hardboard en zachtboard was voor alle familieleden een groot avontuur.
De eerste avond al kwam er een prachtige gotische kaarsnis te voorschijn. Achter al die laagjes bevond zich ook nog de oude muur van het middeleeuwse huis uit 1400. Dat huis had een ingang aan de Halterstraat.

In zo’n monument kom je veel verschillende bouwstijlen tegen. Er is immers al die eeuwen gewoond en verbouwd.

Soms moet je kiezen voor een periode waarin je een ruimte wil restaureren. Worden de ramen dan leidend, de balken, de schouw uit 1850 of zelfs het gevonden blauw-groene behang met bloemkransen uit 1850?
Al die keuzes maakten de nieuwe bewoners samen. 

1:     Gelders-Overijsselse gevel.

Deze bouwstijl komt voor in oude steden in Oost Nederland. Deze manier van bouwen past in de stijl van de late gotiek en de renaissance. Kenmerkend voor dit type gevel zijn:
– de golvende lijn aan beide kanten van de topgevel, afwisselend hol en bol
– kleine pinakels (torentjes) aan de zijkanten in de topgevel
– horizontale waterlijsten met daaronder een tandlijst (z.g. ‘muizentandjes’), om het regenwater tegen te houden

2:    In de Lange  Hofstraat bij bakkerij van Rooijen is nog een origineel te zien.

Beroepsvereniging.

De meeste ambachten bestonden dus eigenlijk uit een beroepsvereniging, waarvan de leden een bepaald product maakten en te koop aanboden. Wij denken hier ondermeer aan bakkers, smeden, wevers, schrijnwerkers, enz. Daarnaast waren er nog allerlei beroepen die niet zozeer produceerden maar wel diensten aanboden. Hiertoe behoorden arbeiders die instonden voor het vervoeren van allerlei producten: Schippers, voerlieden, biervoeders, Pijnders, kraankinders, enz. Hoe groter de stad hoe sterker de specialisering kon worden doorgevoerd.

Bron

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *