F. Hogenberg, De inname van Zutphen op 16 november 1572 door Don Fadrique de Toledo. De stad is fantasierijk en in spiegelbeeld afgebeeld. Het leger viel immers niet uit zuiden maar uit het noorden aan, en van de schansen ontbreekt hier elk spoor. De prent bedoelt vooral de kracht van de aanvaller te laten zien. Uit: Nieuwe historische atlas van Zutphen

Bloedbad van Zutphen

F. Hogenberg, De inname van Zutphen op 16 november 1572 door Don Fadrique de Toledo. De stad is fantasierijk en in spiegelbeeld afgebeeld. Het leger viel immers niet uit zuiden maar uit het noorden aan, en van de schansen ontbreekt hier elk spoor. De prent bedoelt vooral de kracht van de aanvaller te laten zien. Uit: Nieuwe historische atlas van Zutphen
F. Hogenberg, De inname van Zutphen op 16 november 1572 door Don Fadrique de Toledo. De stad is fantasierijk en in spiegelbeeld afgebeeld. Het leger viel immers niet uit zuiden maar uit het noorden aan, en van de schansen ontbreekt hier elk spoor. De prent bedoelt vooral de kracht van de aanvaller te laten zien. Uit: Nieuwe historische atlas van Zutphen

Het Bloedbad van Zutphen of de Aanslag op Zutphen is een historische gebeurtenis die plaats vond op 15 november 1572 in Zutphen aan het begin van de Nederlandse Opstand tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Aanloop:
Op 1 april 1572 werd Brielle door de Geuzen veroverd. Dit wordt algemeen gezien als het eigenlijke begin van de opstand tegen Filips II.

Wat vooraf ging:
Tijdens de tachtigjarige oorlog hebben zich door Margareta van Parma vaak ter dood veroordeelde calvinistische edelen, aangevuld met dieven en avonturiers verzameld als tegenstander van de bezetter Filips II. Ook de rooms katholieke kerk wordt door deze calvinisten als tegenstander gezien als geuzen en later ook als watergeuzen verzamelen zij zich als aanvallende troepen tegen dit bewind. Willem van Oranje schaart zich in 1568 achter de geuzen. De aanvallen worden steeds beter georganiseerd. 
Watergeuzen:
600 watergeuzen ontschepen op 1 april 1572 in Den Briel. De burgemeester en stadsbestuur weigerden eerst om de geuzen, die berucht waren om hun plunderingen en andere wandaden. De geuzen rekenden snel af met de Spanjaarden kregen de stad in handen. Hierna verspreidde de geuzenopstand zich snel door de Hollandse steden. 1572 wordt ook wel het geboortejaar van Nederland genoemd. De geuzen zorgden voor een keerpunt In de tachtigjarige oorlog.
Graaf Willem IV van den Bergh:

Willem IV van den Bergh

Graaf Willem IV van den Bergh, een zwager van Willem van Oranje, speelde een grote rol in Oranjes tweede invasie en veroverde onder andere Zutphen (10 juni), Kampen (11 augustus), Zwolle (14 augustus) en Steenwijk.
In Zutphen gedroegen zijn troepen zich zeer ordeloos, vooral de kerkelijke instituties moesten het ontgelden. Kerken en kloosters werden met goedkeuring van Willem IV geplunderd en soms tot de grond toe verwoest, priesters werden vermoord en nonnen verkracht. Het lood werd uit de kerkvensters gesloopt om er kogels van te maken.
Ketterse acties:
De Spanjaarden beschouwden dit als ketterse acties, direct gericht tegen ‘het ware geloof’, die gewroken moesten worden. Een overlevende frater uit Zutphen gaf de Spaanse bevelhebber Don Frederik, die de opdracht had een militaire strafexpeditie uit te voeren, het advies: “De eieren in de pan te laten kloppen, zodat er geen kuikens van komen.”


Don Frederik:
Op 12 november 1572 sloeg Don Frederik, die een zoon was van de Spaanse landvoogd Alva, het beleg om Zutphen dat toen ongeveer 4.500 inwoners telde. De IJssel was bevroren, hetgeen het gemakkelijker had gemaakt de plaats te benaderen. Op 14 november stond een batterij geschut opgesteld. Op 15 november werd de stad er de gehele dag mee bestookt zodat er die dag een flinke bres in de Nieuwstadspoort was geschoten. Aan een andere kant van de stad vond een tweede aanval plaats, op een ravenlijn dat voor de IJsselbrug gelegen was.
Overgave:
Binnen de stad raakten burgers met de bezetting in conflict, waardoor men na onderhandeling tot overgave overging. In de nacht vluchtte een deel van de bezetting met burgers door een geheim poortje en wist zodoende te ontkomen. In de vroege morgen van 16 november gingen onderhandelaars van Zutphen in gesprek met de Spanjaarden aan de kant van het Ravelijn. Intussen zagen de Spanjaarden hun kans schoon.


Medogenloos:     “Bloedbad van Zutphen”.
Zij drongen nu via het bevroren ijs van de gracht door de bres in de Nieuwstadspoort binnen. Op deze wijze veroverden zijn troepen de stad. Er werd meedogenloos opgetreden, de verdedigers van een ravelijn werden aan hun voeten opgehangen waarna ze een langzame vriesdood stierven. Ook burgers werden opgehangen aan haastig opgerichte galgen. In de dichtgevroren IJssel werden wakken gehakt waarin ruim 500 mensen werden verdronken. Andere burgers werden naakt de stad uit gejaagd waardoor ze alsnog in de vrieskou  stierven. 
Spaanse plunderingen
Sommigen wisten Deventer te bereiken of vonden een schuilplaats bij boeren. In de stad werden vrouwen mishandeld en verkracht, ook werden burgers gemarteld bij ondervragingen. De molens van Zutphen werden door Spaanse soldaten in brand gestoken en veel huizen werden vernield en geplunderd. Op last van de Spaanse bevelhebbers werden stoffelijke overschotten opgegraven uit de kerk en in de IJssel geworpen.
Zutphen bleef nog een lange periode Spaans. Uiteindelijk kwam Zutphen na het beleg van 1591 voorgoed in Staatse handen.

Nasleep:
Eén van de gevolgen van het rauwe optreden van de Spaanse troepen in Zutphen was dat Zwolle, Kampen en Hasselt zich op 20 november vrijwillig aan Don Frederik overgaven. Ook Bolsward, Franeker en Sneek gaven zich over en aanvaardden Waalse garnizoenen. Don Frederik kon nu zijn volle aandacht op het Westen richten. Gedurende enkele weken belegerde hij de vesting Naarden dat met steun van een deel van de bevolking in augustus in handen van de geuzen was gekomen. Op 1 december trok hij met 400 Spanjaarden de vesting binnen. Het Bloedbad van Naarden werd door slechts 60 bewoners overleefd. Binnen enkele dagen trokken de Spanjaarden door naar Haarlem, dat na een beleg van zeven maanden in het juli 1573 werd veroverd. Daarna volgde het Beleg van Alkmaar, wat hij moest opgeven omdat de dijken werden doorgestoken

Nieuw onderzoek 2022:
Dit zogeheten “Bloedbad van Zutphen” zou als afschrikkende gebeurtenis de strijdende Spanjaarden vooruit moeten snellen naar andere weer terug te veroveren steden. Echter anno 2023 is er door Johan Visser archief onderzoek gedaan naar deze bewuste periode. Hier is uiteindelijk GEEN bewijs gevonden voor een massale executie van burgers. 
Waalse soldaten
Wat wel geschreven bewijs is, is dat er een ongeveer 450 Waalse huursoldaten zijn opgehangen. Ooggetuigenverslagen zijn daar heel duidelijk over. Die huurlingen waren in dienst van Willem van Oranje. Het aantal van 450 lijkt erg veel op de 4000 slachtoffers die rondzingen in de geschiedbeschrijving. Het aantal van 4000 komt wel voor in een pamflet dat een bastaardbroer van Willem van Oranje schreef, waarin hij verkondigde dat bij inname van de stad 4000 mensen waren omgekomen. Ver bezijden de waarheid want Zutphen bezat in 1572 rond de 4.500 inwoners, er zou een ‘spookstad’ zijn achtergebleven. Het verhaal van opgegraven overschotten in de Walburgiskerk betreft lichamen van geuzen, gesneuveld bij de inname, die daar waren begraven. De kerk diende tenslotte ‘zuiver’ te zijn voor de Katholieke eredienst. Deze lichamen zijn in de IJssel gegooid en daar komen waarschijnlijk de geruchten over de verdrinkingsmoord vandaan.

Fakenews / Propaganda
Opstandelingen probeerden de Spanjaarden gewelddadiger af te schilderen dan ze eigenlijk waren. Stereotiep waren de Spanjaarden bloeddorstig en wreed en werden geruchten aangewakkerd. Zo werd gretig gebruik gemaakt van deze propaganda om de militaire nederlaag om te zetten in een morele overwinning.

Legende krijgt een plek in de historie:
Tijdens het Twaafjarig Bestand, zo’n dertig jaar na de inname van Zutphen zijn er discussies over voortzetting van de oorlog. Hierin worden de “Bloedbaden” in Rotterdam, Mechelen, Naarden en Zutphen gebruikt als argument om door te vechten. Zo werden ze gepolitiseerd en opgenomen in de werken van grote geschiedschrijvers uit de zeventiende eeuw. Het “Bloedbad van Zutphen” heeft op die manier een vaste plek in de geschiedschrijving en herinneringscultuur over de Opstand gekregen. 

Er zou eigenlijk nieuw onderzoek moeten komen naar de Tachtigjarige Oorlog. Er zijn vele aangedikte verhalen uit de beginfase. Denk bijvoorbeeld aan Leidens Ontzet 1574, of over Kenau Simonsdochter Hasselaar. Zij heeft echt bestaan maar is haar rol uitvergroot?
We kunnen niet blind vertrouwen op ‘verhalen’ zoals zij in de zeventiende eeuw zijn opgeschreven

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *