Als Vestingstad

004-Atlas-van-Loon-1652Een vestingstad beschermt strategische grenzen, land- en waterwegen, veelal bezit zo’n stad fortificaties, stadsmuren en wallen. Echter als zo’n stad geen rol in het ‘landsbelang’ maar de vestingwerken slechts voor eigen ‘stadsbelang’ dienst deden was er geen sprake van een vestingstad.
De aanleg van vestingwerken was vaak een ingrijpend gebeuren voor de stad. Veelal moesten er huizen of indien het vernieuwing betrof, oude stadsmuren worden gesloopt. Vaak werden de vrijgekomen stenen hergebruikt. Zo ook in Zutphen. Als de oude muren in militair opzicht waren achterhaald volgde er modernisering en uitbreiding met o.a. wallen, grachten en bolwerken. In de grachten werden voor de poorten, als extra bescherming, ravelijnen aangebracht. Binnen de veilige muren werden kazernes, arsenalen en bomvrije kruitmagazijnen gebouwd terwijl bij mobilisaties veel extra soldaten werden ingekwartierd. Die werden vaak gewoon bij de burgers ondergebracht. Zo ontwikkelde zich in de loop der eeuwen het bekende stervormige patroon van de stad.

Apenstert

APENSTERTApenstert: naam van een voormalige verbindingsstraat tussen de Rozengracht en de Kreijnckstraat. Eveneens de naam een toren die in het verlengde van deze straat aan de Molenbeek (Berkel) stond. Volgens taalkundige Jan ter Laak danken straat en toren hun naam aan de vorm van een nog ouder perceel op deze plek. De toren stond tegenover wat nu Rozengracht 18 is. Bij opgravingen zijn er resten van gevonden. De Apenstert bestond uit tufsteen en was versterkt met in de omgeving gedolven moeraserts en mortel. Tijdens graafwerkzaamheden voor de nieuwe riolering vlogen de vonken eraf, zo keihard was dit 'Middeleeuwse beton'.

Lees meer: Apenstert

Armenhage

VES ARMENH (2)Waltorens zijn een uitvinding van voor het buskruit. De onderlinge afstanden tussen de muurtorens bedraagt gemiddeld 67 meter. De torens hebben aan de stadszijde een spitsboogvormige 'open keel'. Deze waltoren is een van de drie overgebleven, oorspronkelijk waren er vier, torens in de oostelijke stadsmuur welke langs de Bornhovestraat en Armenhage loopt. Vanaf de 15e eeuw mochten de armen van de stad kleine huizen bouwen in de bogen van de muur. De waltorens werden onafhankelijk van de walmuur opgemetseld en staken een derde boven de muur uit. Het aanwezige pannendak stamt uit een latere periode. Het doel van de torens was drieledig.

Lees meer: Armenhage

Berkelruïne

berkelruine-3De Berkelpoort (ruïne) in de volksmond, een onderdeel van de Zutphense stadsmuur en gelegen aan de oostelijke rand van het stadscentrum, over de rivier de Berkel. Oorspronkelijk waren er twee waterpoorten die samen met de stadsmuur een vesting rond de stad vormden. De andere waterpoort, die zich bevond zich ter hoogte van het huidige postkantoor, is in 1774 gesloopt. In 1888 werd de Berkelpoort voor het eerst gerestaureerd dit onder leiding van de architect P.J.H. Cuypers. Hij preserveerde de ruïneuze toestand van de poort door de bovenkant van de muren met een laag cement te bedekken. In 1951 volgde een nieuwe, meer reconstruerende restauratie.  2010 - 2011 was de periode waarin de laatste restauratie plaats had.

Lees meer: Berkelruïne

Blancketoren

Op de prent is helemaal rechts de Blancketoren te zien. Vanaf de Berkelruïne de stadsmuur met daarin de muurtorens volgend kom je op de hoektoren die nu alleen nog te vinden is als je voor het Stedelijk langs fietst als een 'silhouet' op de grond, gemarkeerd met natuursteen. Deze toren was de tegenhanger van de Kruittoren die zich op de noordwestelijke uithoek van de Nieuwstad bevindt. De Blancketoren dankt haar naam aan het feit dat zij witgekalkt was. 

Boompjeswal

Boompjeswal-0De geschiedenis van Zutphen omvat vanzelfsprekend de geschiedenis van de Boompjeswal. In de middeleeuwen stroomde op de plaats van de Boompjeswal een van de aftakkingen van de Berkel. De huidige droge bedding aan de rand van het park is een overblijfsel hiervan. De afbeelding hiernaast laat een deel zien van de kaart van Zutphen uit 1565 van Jacob van deventer. De verdedigingswallen, waarvan de Boompjeswal er een is, moesten nog worden aangelegd.

 In de 16e eeuw kon niet meer worden vertrouwd op de middeleeuwse stadsmuren en de eerste wallen verschijnen rond Boompjeswal-1de stad. De wal die later de Boompjeswal zal heten bestaat nog niet. Spittaalstad, het gebied tussen de Spittaalstraat en de Laarstraat, komt langzaam tot ontwikkeling. Er is bebouwing langs de straten, maar het gebied werd vooral gebruikt voor de tuinbouw.

Lees meer: Boompjeswal

Bourgonjetoren

De Marinet- of Bourgonjetoren vroegere benamening was ‘den nijen toern Borgonien’. Aanleiding voor de bouw was de vete tussen Philips van Bourgondië en hertog Arnold. Uit oude Overrentmeesterrekeningen blijkt dat de toren in 1457 werd gebouwd. Dit gebeurde op de plek net buiten de toen bestaande Veerpoort die in hetzelfde jaar werd afgebroken. Op de rekeningen werd vermeld: "elzen palen, bestemd ‘totten gruntwerc vanden rondeel van de nijen toern". Tevens kocht men 664 voet Bentheimersteen voor de toren en een niet gespecifieerde hoeveelheid Drakenveldersteen voor de ‘bussengaete’. Op het platte dak hebben vuurmonden gestaan. In 1742 kreeg Baron van Heeckeren tot Waliën toestemming om een koepel op de toren te laten bouwen en de stadsmuur langs zijn hof te egaliseren.

Lees meer: Bourgonjetoren

Buiten Laarpoort

buiten-laarpoort-1Van historisch kaartmateriaal en een oude foto vóór 1878 was bekend dat de Buiten Laarpoort op de kruising Berkelsingel – Warnsveldseweg – Graaf Ottosingel – Laarstraat in het heeft gestaan. Deze poort was de oostelijke stadspoort met de landweg richting Warnsveld, Lochem en Münster. Van de poort is verder bekend dat hij in 1878 is gesloopt in het kader van de algehele ontmanteling van de vesting als gevolg van de opheffing van de vestingstatus van de stad Zutphen in 1874. De poort dateert van kort voor 1396. Samen met de Buiten Spittaalpoort vormde hij de toegangsweg cq. uitgang van de Spittaalstad (Polsbroek). Dit stadsdeel kende in de 14e en 15e eeuw naar alle waarschijnlijk een aarden omwalling, met als enige stenenelementen de twee eerder genoemde poorten. In de 16e eeuw werd deze omwalling voorzien van bastions en verbeterde wallen met een bakstenen bekleding.

Lees meer: Buiten Laarpoort

Buiten-Spittaalpoort

Zutphen was in de middeleeuwen door middel van drie poorten bereikbaar. De Spittaal- (1309) , Laar-(1307) en Nieuwstadspoort (1347). Handelaren die de stad binnen wilden komen moesten aan de poorten tolgeld betalen. De 'Hospitaalpoort' was vanwege de regelmatige onbereikbaarheid door hoog water, de poort met het minste verkeer en dus met de minste tolopbrengst.

Buiten Spittaalpoort

Lees meer: Buiten-Spittaalpoort

Cabinetsgracht

Het Hoornwerk ten zuidwesten van de binnenstad van Zutphen behoorde tot de historische verdedigingswerken, compleet met bijbehorende vestinggracht (Cabinetsgracht), ravelijn en contrescarp. Tussen 1702 en 1707 is het naar plannen van vesting-bouwdeskundige Menno, baron van Coehoorn uitgevoerd als onderdeel van een groter plan tot uitbreiding en modernisering van de bestaande vestingwerken. De aanpassingen van dit zuidelijk gelegen vestingwerk werd in de vestingbouwtraditie van het zogenaamde Oud Hollands Stelsel gemoderniseerd.

 

De aanpassing van Van Coehoorn hield in dat het hoorn werk verbreed werd, de hoorns meer uitstaken. De aanpassingen hoorden bij het nieuwe concept van een hoornwerk, dat voorzien werd van een ravelijn tussen de hoorns.

Lees meer: Cabinetsgracht

Drogenapstoren

Drogenapstoren zonder spits

In 1444 werd aan de zuidkant van Zutphen, grenzend aan de Berkel een nieuwe stadspoort gebouwd. Deze poort had een verbinding met de markt. Dit was noodzakelijk daar vlak bij de poort de koggeschepen met zout aanlegden.
Dit kostbare conserveringsmiddel werd verhandeld op de markt. De "Saltmarkt", welke markt we momenteel als de Zaadmarkt kennen De stadspoort werd in die tijd aangeduid met de naam "Saltpoort".

Lees meer: Drogenapstoren

Enckpoort

Omstreeks 1250, een exact jaar kennen we niet, werd op de akkers buiten de Engepoort een 'Nieuwstad', in de geschreven bronnen: "Novum Oppidum', gesticht. De nederzetting kreeg een eigen kerk, gewijd aan de Heilige Maagd Maria, nu de St. Jan of Nieuwstadskerk.
De Engepoort in de middeleeuwen ‘Enckpoirt’ genoemd, was de poort die toegang gaf tot de bouwlanden de ‘Zutphense Eng’. Van deze poort in die in aan het eind van de Turfstraat in de met een ‘vulling’ van brokkrichting van de Nieuwstad lag zijn tijdens rioleringswerkzaamheden in 1971 fundamenten terug gevonden. Men stuitte op zware fundamenten bestaande uit een zware ‘vulmuur’, een bakstenen buitenschil en ijzeroersteen.

Lees meer: Enckpoort

Kruittoren

De Kruittoren is de Noordwestelijke hoektoren in de bakstenen ommuring van de Nieuwstad. Het was de tegenhanger van de Blancketoren die op de Noordoost-hoek van de Nieuwstad te vinden was . Beide torens hadden een vierkant grondplan van 8 bij 8 meter. De meeste muurtorens in Nederland zijn gebouwd in de tijd dat men nog met pijl en boog schoot. Dat is dan ook waarom de onderlinge afstand tussen de waltorens zo'n 67 meter gemiddeld bedraagt. De naamgeving van de Kruittoren, zoals we hem heden ten dage kennen, is vreemd daar hij, naar we weten uit archeologisch onderzoek, gebouwd is rond 1320, een tijd waarin er nog geen sprake was van buskruit. Het zal dus zeker niet de oorspronkelijke naam zijn geweest van de ze hoektoren op de 'Zandhoek'. De toren was overhoeks in de stadsmuur gebouwd om zo vanuit schietgaten ook de muur te kunnen verdedigen. Vierkante torens worden over het algemeen als de oudste verschijningsvorm gezien.

In de Nieuwstad zijn deze vierkante, maar ook de ronde vorm gelijktijdig toegepast tijdens de bouw van de ommuring. De Kruittoren had oorspronkelijk een "open keel". De keel is de zijde van een muurtoren die aan de stadszijde ligt. Zo'n open keel had een duidelijke reden.

Lees meer: Kruittoren

Lunette

Een lunet is een klein vestingwerk met twee schuine, naar buiten gerichte zijden (facen  genoemd) en twee naar achter gerichte zijden (flanken). De keel is open of op een eenvoudige wijze afgesloten door een borstwering  of een muur met schietgaten. Lunetten kwamen voor als buitenwerken van een vesting of als onderdeel van een linie. De naam is afgeleid van het Franse woord voor maan, 'lune', omdat de lunetten halvemaanvormig zijn, van bovenaf gezien.

(bron Wikipedia)

Nieuwe Nieuwstadspoort

Bij de aanleg van nieuwe verdedigingswerken in de 17e eeuw werd de weg naar Deventer verlegd van de Dieserstraat naar de Nieuwstad. Daar stond echter het gebouw van het voormalige Isendoornklooster in de weg. In 1616 is daarom de poort dwars door het gebouw heen aangelegd.

Oskamstraatje

Het Oskamstraatje bevindt zich tussen de Bornhovestraat en de Boompjeswal. Het poortje is niet historisch, maar als we vanuit de Bornhovestraat onder de poort doorlopen en ons even omdraaien hebben we een schitterend gezicht op de historische muurhuizen. De muurtoren heeft in de jaren zestig van de zestiende eeuw dienst gedaan voor het opsluiten van psychisch gestoorde vrouwen. Vermoedelijk is in 1566 naast de toren een nieuwe dorenkast gebouwd voor mannen. "waar gecke Thomasz in kwam".* Dorenkasten waren voornamelijk verplaatsbare "dolhuisjes", die in hospitalen, kloosters en bij particulieren geplaatst werden. In dit geval wordt er van uit gegaan dat het meer een permanente voorziening betrof. Dit alles is afgeleid uit oude rekeningen voor aankoop van latten en dakpannen. De Boompjeswal is een van de oudste verdedigingswallen van Zutphen. Deze voor de middeleeuwen zo belangrijke wallen bevinden zich tussen de oude stad en de Spittaalstad, die ook de Spittaalpoort herbergde. Begin achttiende eeuw werden de buitenste vestingwerken versterkt. Hierdoor verloor dit deel van de verdedigingswallen tussen Spittaal- en Laarpoort zijn functie.
Men heeft het gebied beplant met bomen om er zo een wandelgebied te creëren. Dus nu weten we gelijk uit welke tijd de naam van de Boompjeswal dateert.

Oude Nieuwstadspoort

De Oude Nieuwstadspoort was een zwaar en zeer sterk poortgebouw uit de 14e eeuw en was in de Middeleeuwen de enige uitgang, lag aan het einde van de Dieserstraat, die nooit een doorgaande verbinding met de binnenstad heeft gehad. Net als heden ten dage is de binnenstad bereikbaar via een bruggetje over de Berkel.
De Nieuwstadspoort met dubbele binnenpoort, brug met muren, buitenpoort, molenhuis met twee aandrijfraderen en blokhuis voor de poort in de weg naar Deventer.

Princebolwerk
Verder ziet u twee uitsnedes van de plattegrond uit de Historische Stedenatlas Zutpfen, uitgegeven door de Delftse Universitaire Pers in 1983.
De bovenste betreft het Princebolwerk, ter oriëntatie, nr. 86 is de Kruittoren.
Onderste is het Bolwerk Duc d'Alfa met als belangrijkste element de Spanjaardspoort.

Spanjaardspoort

spanjpoort-7De Dieserstraat was vlak na het samengaan van de Nieuwstad en de oude stad Zutphen (1312) de belangrijkste uitvalsweg richting Deventer. Achter het koor van de Nieuwstadskerk via de Dieserstraat verliet men de stad door de (oude) Nieuwstadspoort (eerste vermelding 1347).Spanjaardspoort, barbacane over de binnengracht In 1591 wordt Zutphen ingenomen door Prins Maurits en bij de Republiek der Zeven Provinciën gevoegd.

Lees meer: Spanjaardspoort

Vischpoort

De Vischpoort stond oorspronkelijk op de plek waar we nu de Bourgonjetoren aantreffen. Zij is afgebroken om ruimte te maken voor de nieuwe verdedigingstoren in verband met de dreiging vanuit Bourgondië. Hertog Karel van Gelre was met zijn hertogdom en graafschap Zutphen de enige nog niet overwonnen streek in wat we nu Nederland noemen. Vanaf de Vischpoort was een oversteek naar de overkant van de IJssel, de andere oversteek bevond zich ter hoogte van de Marschpoort. Enige wat nu nog rest is een vlak bij de haven opgetrokken bouwwerk wat er ter herinnering staat. Twee prenten waarop de oorspronkelijke poort op terug te vinden is. Pal aan de IJssel, het bolwerk wat we nu de Bult van Ketjen noemen was nog niet gebouwd.