Zutphen Justitiestad

Zutphen heeft door de eeuwen heen een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van en in het huisvesten van Justitiële zaken. De stad staat al vele decennia bekend als een belangrijk juridisch centrum. Een rechtbank, één van de negentien rechtbanken, waarvan het arrondissement een gebied bestrijkt dat ruwweg kan worden geschetst vanaf het IJsselmeer, over de Veluwe, de Graafschap en Achterhoek tot aan de Duitse grens.  Aan de Justitiële poot van Zutphen is de laatste jaren ernstig  geschaafd. Reorganisaties, samenvoegingen van rechtbanken, sluiting van JPC De Sprengen en op een haar na was ook het lot van de PI Ooyerhoek bezegeld. Deze sluiting is echter op het laatste moment nog afgewend. 
Het opleidingsinstituut voor de rechterlijke macht (Studiecentrum Rechtspleging; SSR)bevond zich binnen onze stadsgrenzen. Dit is echter sinds 2012, na 35 jaar in de historische binnenstad te zijn gevestigd in het kader van reorganisatie verhuisd naar Utrecht.  JPC De Sprengen (jeugdige delinquenten) en de Penitentiaire Inrichting Ooyerhoek (meerderjarige delinquenten), onderdeel van PI Achterhoek, zoals boven valt te lezen gesloten. Nog steeds actueel, het regionaal opleidings en (praktijk) trainingscentrum voor de politie, de politieacademie (voor rechercheurs) en een internationaal politie-conferentiecentrum in Huis 't Velde (in Warnsveld). Ook vertrok in 2010 de School voor Recherche (afdeling van de Politieacademie) naar Apeldoorn en in 2011 verhuisde het parket van het Openbaar Ministerie naar Arnhem. In de voormalige jeugdinrichting Kolkemate is sinds februari 2014 de Piet Roordakliniek van verslavingszorginstelling Tactus gevestigd. In deze forensische kliniek worden verslaafde criminele veelplegers behandeld.

 

Daarnaast heeft Zutphen vele jaren onderdak geboden aan de 'jeugd' gevangenis. De aanwezigheid van zoveel juridische diensten maakte het eveneens aantrekkelijk voor een groot aantal advocatenkantoren om hier hun diensten aan te bieden. Echter de ene hand wast de andere en ook hier heeft het van ouds bekende kantoor De Jonge, haar Zutphense deuren voorgoed achter zich gesloten.

De stadsbrief

De plaats waar we nu Zutphen vinden is al 2000 jaar bewoond. Vondsten hebben aangetoond dat de reeds van veel vroeger daterende bewoning van haar omgeving rond het jaar 750 is verplaatst naar het terrein op en rond het huidige ’s Gravenhof. De oudste geschreven bronnen dateren uit de elfde eeuw. In die tijd kwamen de heren van Zutphen hierheen. De stedelijke ontwikkeling, maar nog meer de tijdsomstandigheden waarin er een aanhoudende strijd tussen de bisschop van Utrecht en de graaf van Gelre en Zutphen werd geleverd, en waarbij het uit militair en economisch oogpunt voor de Gelderse graaf voordelig was om Zutphen als steunpunt tegen het bisschoppelijke Deventer te gebruiken, leidde tot de stadsrechtverlening. 

Lees meer: De stadsbrief

Centrum van Rechtspraak

Dat “Zutphen” thans een begrip is in de Nederlandse rechterlijke macht ligt niet zozeer aan de vonnissen die door de Zutphense rechtbank worden gewezen, als wel aan de omstandigheid dat sinds een jaar of tien (toekomstige) leden van de rechterlijke macht enige malen per jaar in Zutphen op cursus gaan in het opleidings- en studiecentrum van de rechterlijke macht(S.S.R.).
Tot het arrondissement Zutphen behoren twee grote plaatsen, te weten Apeldoorn ( +100.000 inw.) en Deventer, en verder veel Achterhoek en een deel van de Veluwe, met hier en daar een stadje ter grootte van Zutphen zelf. Het overwegend landelijke karakter van het gebied komt ook tot uiting in het soort zaken, die de rechtbank te behandelen heeft.

Lees meer: Centrum van Rechtspraak

Historie van de rechtspleging

Middeleeuwen: In het jaar 1190 verleende Otto I, graaf van Gelre en Zutphen, aan Zutphen het stadsrecht. Het betreffende handvest of 'stadsbrief' bevindt zich in het gemeentearchief van Zutphen. Op grond van dat handvest werd een schepenbank ingesteld, die enerzijds belast was met het stadsbestuur, en anderzijds met rechtspleging in geschillen tussen burgers van Zutphen. De schepenbank bestond uit twaalf schepenen. Op elke donderdag -sinds eeuwen de marktdag van Zutphen- deden twee schepenrechters onder klokgelui en in een openbare zitting uitspraak in geschillen die aan hen waren voorgelegd.

Lees meer: Historie van de rechtspleging 

De IJsselbrug als belangrijke vestigingsfactor

Zutphen bevond zich in de tweede helft van de negentiende eeuw in de najaren van een tijdperk van ongekende welstand, al was de heersende landbouwcrisis niet ongemerkt aan de stad voorbijgegaan. De economische toestand was echter nog steeds bevredigend. De handel, en vooral de week- en jaarmarkten maakten een periode van bloei door en het aantal werklozen was gering. In de voorafgaande decennia was de stad door straatwegen met de meeste naburige plaatsen verbonden, in 1864 kwam de spoorbrug tot stand en kort daarop de vijf belangrijke spoorwegverbindingen.

Lees meer: De IJsselbrug als belangrijke vestigingsfactor

Strafgeschiedenis

In de middeleeuwen werden vooral boetes opgelegd, die aan de stad betaald moesten worden. Daarnaast kwamen schandstraffen en verbanning uit de stad veel voor. De wetten werden telkens aan de veranderende maatschappij aangepast. Vanaf de zestiende eeuw neemt het aantal lijfstraffen toe. Ook de doodstraf komt vanaf die tijd steeds vaker voor. De scherprechter die deze staffen ten uitvoer moest brengen had de stad al sinds 1464 in dienst. De scherprechter trachtte ook verdachten op de pijnbank tot een bekentenis te brengen.

Lees meer: Strafgeschiedenis

Huisvesting van de rechtbank

OP 16 juni 1879,dringt de toenmalige president van de rechtbank, 

Mr. B.A.Roelvink, er in een brief aan de minister van justitie op aan het “regtsgebouw” en het daaraan verbonden “huis van arrest” te doen verbeteren. In die dagen waren de rechtbank, het kantongerecht en het huis van arrest nog gehuisvest in het raadhuis van de gemeente Zutphen aan het ’s Gravenhof en de Lange Hofstraat. Ook de cipier woonde daar.
In 1885 schreef Mr. Roelvink weer een brief aan de minister.

Lees meer: Huisvesting van de rechtbank

Jeugdgevangenis Zutphen 1886 - 2008

De eerste jaren 1886 - 1937

Eind 19e eeuw wordt gelijktijdig met de rechtbank en het bijbehorende Huis van Bewaring aan de Lunettestraat de Jeugdgevangenis gebouwd. Het gebeurt in een periode die gekenmerkt wordt door een groot aantal veranderingen. Vanuit het buitenland kwam een nieuwe manier van opsluiten overwaaien die men wilde verankeren in de grondwet. Gezamenlijke opsluiting werd volgens de nieuwe opvatting gezien als een broeinest vn criminaliteit waardoor men steeds meer overging tot cellulaire opsluiting. Ook werd een betere hygiëne verwacht door het feit dat de gevangenen nu niet meer in contact kwam met medegevangenen.
De term 'cellulair' werd door de wet op dat monet wel erg letterlijk genomen. Buiten de cel werd men verplicht om kappen over het hoofd te dragen waardoor men niet in staat was om medegevangenen te zien.
Door deze manier van eenzame opsluiting ontstond er een cellentekort, zo ook in Oost-Nederland. Zutphen kwam hierdoor als arrondisementsplaats in aanmerking als vestigingsplaats voor een kleine gevangenis. Na onderhandeling werd door de gemeente een perceel grond aan de rand van de stad, de zogenaamde lunetten wambuis G, verkocht voor een bedrag van Fl. 6000,00. Rijksarchitect J.F. Metzelaar ontwierp voor dit terrein een gevangenis met oorspronkelijk 45 à 50 cellen. De bouw werd gerealiseerd door fa. H.J. Haytink uit Zutphen die de klus voor een bedrag van Fl. 83.790,00 had aangenomen. Rondom het terrein werd door de gemeente begonnen met de aanleg van een van de eerste woonwijken buiten de stadsmuren na de opheffing van de vestingwet. De Lunette en Wambuisstraat kirjgen vorm.
Artikel 4.
De vestingwerken in de provincien Friesland en Groningen, de vestingwerken van Deventer, Zutphen en Elden, de vesting Grave met het kroonwerk Coehoorn, de vestingwerken van en bij Nijmegen, met uitzondering van het fort Kraijenhof en de forten boven en beneden Lent, de vesting 's Hertogenbosch en de vestingwerken bij Breskens zijn als verdedigingswerken opgeheven. Behalve de gronden, welke tot militair gebruik moeten behouden blijven, worden die vestingwerken, uiterlijk binnen drie jaar na afkondiging dezer wet, aan het bestuur der domeinen overgegeven om ze onschadelijk te maken en zooveel noodig te slechten.
Het oorspronkelijke gebouw dat nog steeds deel uitmaakt van het complex bestond uit eenn voorgebouw met begane grond en zolderverdieping. Links bevond zich de directeurswonning en rechts directeursbureau, regentenkamer, administratie portiersvertrek en een bezoekruimte. het gevangenisgebouw had twee verdiepingen waar hoofdzakelijk mannelijke gedetineerde werden gehuisvest. Er was een kleine afdeling voor vrouwen. Het gebouw had geen keukenvoorziening, eten werd van buiten aangeleverd.
Zeven jaar later in 1903 werden er al 107 cellen bijgebouwd. Tijdens deze uitbreiding werd eveneens een verwarming en warmwatervoorziening aangebracht. Saillant detail hierbij dat het vrouwengedeelte niet werd verwarmt. Dit aldus het archief van het departement van justitie.
"Maar de aanvrage, eene warmwatergeleiding naar de vrouwenafdeeling aan te brengen, ontmoette in 1912 voorshands bezwaar"
Sluiting en omslag in beleid:

Na een aanvankelijk voorvarende bouw en bezetting komt er in 1928 echter een ommekeer. Wegens de vermindering van het aantal veroordeelden wordt de Strafgevangenis Zutphen buiten gebruik gesteld. In 1929 wordt een nieuwe wet aangenomen die voor de Zutphense Strafinrichting een nieuwe toekomst betekent. Het 'Instituut van de bijzondere gevangenis voor jongelieden' (18 tot 23 jaar) is een feit. Opvoedkunde, resocialisatie en hervorming zijn kerwoorden van dit nieuwe beleid.
1932 Werd begonnen met de ingrijpende verbouwing om aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen. De opening werd door geldgebrek tijdens de crisisjaren tot 22 september 1937 uitgesteld. Wel kreeg de directeur zijn eigen villa, kwam er in het hoofdgebouw een bibliotheek (tevens onderwijsruimte) en kwamen er een moderenere badafdeling en keuken. Ook de stalleskerk werd uitgebroken tot een 'gewone' kerk. Het omliggende terrein werd opgehoogd omdat dit met hoog water onderliep en werd uitgebreid met 4 ha. waarop sportvelden en een tuin verrezen.

Klassenstelsel: Er werd een vooruitstrevend beleid ingevoerd: het klassestelsel. 1e klasse, de observatieklasse, waarvoor gehele afzondering gold, voor de 2e klasse, de beperkte gemeenschap, betekende dit stelsel dus meer 'vrijheid', waarbij men bij goed gedrag zelf in aanmerking kon komen voor twee sigaretten! Bijzonder was de 'Vervroegde Invrijheidsregeling' (V.I.) de voorloper van de latere half open inrichtingen.