Oudere bruggen

Dit brugdeel heeft over een nevengeul van de IJssel gelegen. De IJssel vormde voor 1600 nog een brede hoofdstroom; na 1600 ontstond er een nevengeul. In de achttiende eeuw alleen al is in de geul tweeënhalve meter klei afgezet. De brugpalen zijn daardoor goed geconserveerd. Al eerder, in 1920, trof Rijkswaterstaat overblijfselen aan van een geleidewerk (34 palen van 6 à 8 m) voor de doorvaartopening van de oude schipbrug. In 1572 verwoestten Spaanse legers de brug uit 1486. Pas in 1604 kreeg de stad toestemming om de brug te herstellen, deels in de vorm van een schipbrug.

 

Als gevolg van ijsgang waren dergelijke bruggen geen lang leven beschoren. In het gemeentelijk jaarverslag over 1855 is te lezen: De schipbrug, die oud en smal is, wordt onderhouden met het oog op eene geheele vernieuwing binnen een kort tijdbestek, en zoo mogelijke vervanging door eene vaste brug over den IJssel. De Stadspaalbrug, die voor geene herstelling meer vatbaar werd geacht, is in den nacht van 4 op 5 maart 1855, door den ijsgang uit elkander geslagen en grootendeels weggespoeld. De Rijks-doorlaatbrug, die daar aansluit, heeft alstoen ook veel geleden… De gemeente bouwde vervolgens een hulpbrug over schragen (zie de foto uit 1864), die er niet lang gelegen heeft. Hij werd in 1865 vervangen door de huidige IJsselbrug honderd meter noordelijker.