_Monumentenstad

De schoonheid van Zutphen wordt mede bepaald door de monumenten die onze stad rijk is. Ondanks alle oorlogsschade die Zutphen opliep tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn we nog steeds rijk aan monumenten. 365 stuks in getal waarvan ik in eerste instantie een aantal heb geselecteerd om hier op de site te beschrijven. De Stichting Wijnhuisfonds heeft vele panden in bezit. Zij draagt zorg voor restauratie en behoudt van de historische waarde. Met elkaar mogen we trots zijn om zoveel historie binnen handbereik te hebben. De vele toeristen die Zutphen bezoeken lopen met hun stadsgids of op eigen initiatief met een stadswandeling van de VVV op zak langs de hofjes, de vestingwerken en de fraai gerestaureerde panden. Kijk zelf ook eens naar de vele gevels de gevelstenen, de hijsbalken, de .....kortom naar de monumenten die Zutphen rijk is.

Assenhuys

MOH assenhAl lopend door de Beukerstraat komt de oplettende bezoeker ter hoogte van de Sprongstraat het Assenhuys tegen. Of anders gezegd vanuit de Sprongstraat loop je er nagenoeg tegenaan. We kunnen ons haast niet meer voorstellen dat hier rond het jaar 1200 al bebouwing was. De perceelsbreedte van de panden zijn nagenoeg identiek. Men hanteerde in de stad een éénheidsmaat bij het vergeven van de percelen. Deze was gebaseerd op 1 1/3 Rijnlandse roede. (= 5 meter en 2 cm.) Op deze breedte kon men een houten huis van ongeveer 4,5 x 10 m. bouwen zodat er tussen de huizen nog 0,5 tot 1,0 m. ruimte open bleef. Na de grote stadsbrand in 1284 zijn de houten huizen vervangen door stenen bouw.

Read more: Assenhuys

Beitelhuis

beitelhEen zogenaamd beitelhuisje, een verre voorvader van het beroemde New Yorkse Flatiron Building. Hier zowel als daar wordt de vorm gedicteerd door een onhandig driehoekig bouwterrein aan de top waarvan twee straten in een scherpe hoek samenkomen. Al in 1516 wordt dit terrein genoemd "de beitel van het convent", het erachter gelegen Oude Convent, opgeheven in 1582 toen het nog maar twee bewoonsters had. Een tweede voorbeeld van een beitelhuis in Zutphen is Oude Wand 1. Ontpleistering tijdens de restauratie brengt in de gevel aan het Oude Wand ontlastingsboogjes van oudere gotische ramen en in de gevel aan het Armenhage een paar complete, dichtgemetselde gotische bakstenen ramen aan het licht.

Read more: Beitelhuis

Boek over de gebroeders Hemony

Aankondiging nieuw boek over de Hemony's

François en Pieter Hemony, Stadsklokken- en geschut gieters in de Gouden Eeuw

Dat is de titel van het boek dat drs. Heleen van der Weel op 31 mei 2018 zal presenteren in het Vredespaleis in Den Haag. Op basis van een uitgebreide studie van bronnenmateriaal van verschillende steden laat Heleen van der Weel zien dat de broers zeer succesvol waren en een groot vermogen opbouwden. Het verhaal van de gebroeders wordt geplaatst in de sociale, culturele en religieuze context van de 17de eeuw.

Rond 1642 kregen de broers François en Pieter Hemony van het stadsbestuur van Zutphen opdracht om een klokkenspel te gieten voor de Wijnhuistoren. Het resultaat bleek een revolutie in de carillonwereld met zich mee te brengen: zo zuiver gestemd had nog nooit een klokkenspel geklonken! De faam van de broers verspreidde zich dan ook snel: maar liefst vijftig stads- en kloosterbesturen schaften hun klokkenspelen aan. Ze werkten afwisselend in Zutphen, Amsterdam en Gent.

Vanaf 1 juni verkrijgbaar via de boekhandel

Burgerzaal

Voorafgaand


Tijdens macht schermutselingen in de elfde eeuw, tussen de graven van Gelre en Zutphen en de Bisschop van Utrecht, voelde men de noodzaak om een binnenwal met gracht te maken ter bescherming van de immuniteit rondom de Walburgiskerk en het bestuurscentrum.
Deze wal heeft ongeveer ter hoogte van de trouwzaal gelegen. Die bescherming is begin 13e eeuw weer geslecht. Men heeft de wal is in de gracht geschoven en dat is dan ook het moment dat er kavels konden worden uitgegeven. De graven van Gelre bieden rond diezelfde tijd het stadsbestuur, er waren tenslotte in 1195 ook stadsrechten verleend, een plek aan om een stadhuis te bouwen.

Er is ook bekend dat in de vroege 13e eeuw door de graaf van Gelre percelen werden uitgegeven aan de Lange Hofstraat. Er wordt definitief afscheid genomen van de binnen versterking. Men had toen de buitenversterking die we nu kennen als de marktengordel.

In 1327 is er op deze plek al sprake van een feestzaal en een wandhuis.

Burgerzaal

De Burgerzaal maakt deel uit van het oude stadhuis van Zutphen, een complex dat waarschijnlijk in de loop van de 13de eeuw is ontstaan. Deze middeleeuwse zaal is oorspronkelijk gebouwd als vleeshuis en wordt in het jaar 1347 voor het eerst genoemd.


Er is een archivarische melding dat in 1347 een huis aan de achterzijde van de Burgerzaal is aangekocht en dat er toen een verbouwing heeft plaats gehad waarbij de zaal de huidige lengte kreeg. Daarvoor was ze dus een 1 huisbreedte korter. Dat betekent dat de Burgerzaal al sinds die tijd de huidige lengte heeft.

Er stond een huis achter, midden 15e eeuw in de burgerzaal ingrijpend ver-(nieuw)bouwd samen met de twee aangrenzende vleugels van het stadhuis, dat weten we omdat er rekeningen uit 1449 bewaard gebleven zijn waarin sprake is van aankoop van een grote hoeveelheid bakstenen. (200.000 stenen). Er zijn uit de kapconstructie van zowel de burgerzaal als de beide aangrenzende gebouwen van het stadhuis monsters ui de kap genomen voor dendrochronologisch onderzoek. De uitkomst hiervan matchten heel goed met de uitkomst van de archivarische  gegevens.

Hieruit blijkt dat de bomen die zijn gekapt voor het balkhout van de kapconstructie zijn gekapt in 1449-1452. Dat laatste jaar zal ook overeenkomen met de laatste verbouwingswerkzaamheden aan het stadhuis.

In 2005 is er vloerverwarming aangelegd, met heeft de oude fundamenten aangetroffen en ook heeft met de oude bakstenen vloer gevonden, plat gelegd (niet kops)  baksteen in keperverband, het waren geglazuurde stenen net zoals je ook wel als bestrating in Italiaanse palazzo’s tegenkomt.

In 1450 ongeveer is de Burgerzaal geheel ver-(nieuw)bouwd en heeft men overal nieuw hout toegepast. Waarom het oude niet meer voldeed en niet is hergebruikt is een raadsel. Er is geen sprake brand een brand geweest. Het kan zijn dat er wel hout is hergebruikt maar dat dat net de balken zijn die niet dendrochronologisch zijn onderzocht.

We kijken naar een denkbeeldig omgekeerd schip. Het is een denkbeeldige mythe want de bouw van een schip is weldegelijk anders.

Kapconstructie


De opbouw van de constructie is het best te begrijpen als je naar de bovenste (dunste) hout kijkt.
Dat is het hout wat het hoogst zit en waar het dakbeschot tegen aanzit. Dat is in dit geval de dakbedekking bestaande uit leien die er op rusten. Alle andere dikkere balken die er onder zitten zijn er om er voor te zorgen dat het hele gewicht niet naar beneden klapt en ook om te voorkomen dat het in zowel lengte- als dwars richting verschuift bij bv harde winddruk of orkaankracht.

Helemaal bovenin zie je een lange door lopende horizontale balk over de hele lengterichting van het gebouw die wordt ondersteunt door verticale staanders die we de ‘makelaars’ noemen. Deze worden vervolgens weer naar links en naar rechts verbonden zijn met schuine schoren.
Deze zorgen al voor een belangrijke stabiliteit in lengte en dwarsrichting.

De grote portalen die we zien zijn in feite de oude voerbalken van de oude verdiepingsvloer die tijdens  de restauratie in 1896 door Jos Cuypers,  (Pierre Cuypers liet zijn zoon Jos de restauratie uitvoeren) er is uitgehaald. Hier hebben zgn kinderbintjes overheen gelegen die de vloerdelen hebben gedragen.

Die hoofdbalken zorgen voor een heel belangrijke stabiliteit die voorkomen dat de muren door de kracht het gewicht van de kap uit elkaar geduwd worden. Dan zijn er nog zogenaamde muurstijlen met  schuine korbeels toegevoegd die voor broodnodige stabiliteit in de dwarsrichting zorgen.  Zo zit technisch gezien de constructie in elkaar. Met heeft de constructie die in feite een eeuw eerder in gebruik was, toegepast waardoor men heel lang heeft veronderstelt dat de kap een eeuw ouder was.

Vleeskeuring en Schepenbank


Het wandtapijt hangt op een specifieke gekozen hoogte. Oorspronkelijk heeft daar onder de schepenbank of

burgemeestersbank gestaan.  Die bank is helaas in 1945 bij de brand in het stedelijk museum in vlammen opgegaan.  Hier werd het middelste deel met de twee burgemeester zetels die werd daar bewaard, de rest was al eerder verloren gegaan.

Er werd hier naast de vleeskeurfunctie dus ook door de stedelijke magistraat recht gesproken. En dat verklaart waarom hier de ruimte voor de schepenbank was op een soort verhoging met daarvoor het beklaagdenbankje.  De plek van de schepen werd extra imponerend gemaakt door een wandschildering van de stad Zutphen boven hen werd afgebeeld. Deze wandschildering die zeker vanaf de late 15 eeuw en vooral in de 16 eeuw tot in het eind van de 19e eeuw die plek heeft gedomineerd. Het is een jammerlijke speling van het lot dat ze is verdwenen. Hij is in 1856 nog netjes gekopieerd voor een publicatie van Tadema. Een aantal jaren daarna was ie al zo slecht geworden dat men hem heeft besloten definitief over te witten.

Restauratie door Jos Cuypers


Toen de rechtbank in 1889 verhuisde, dacht men - met uitzondering van het Vleeshuis - aan algehele sloop en nieuwbouw. Echter geldgebrek en een stemming in de raad waarbij met één stem verschil werd besloten om de gebouwen te sparen.  In 1896-'97 werd het Vleeshuis naar plannen van J.Th.J. Cuypers ingrijpend gerestaureerd en als boterhal ingericht. De topgevel werd in (neo)gotische vormen herbouwd en door de verwijdering van de verdieping- en zoldervloer verkreeg men inwendig een indrukwekkende ruimte, die in 1951 als Burgerzaal werd ingericht.

Tijdens de restauratie in 1896, de ruimte was compleet verhokt t.b.v. de rechtbank, werd definitief besloten dat zij als boterhal in gebruik zou worden genomen. Men besloot aanpalend een weegruimte aan te bouwen en daarom moest er een grote doorgang komen die dwars door de muur en ook door het middelste deel van de muurschildering werd gehakt. In de jaren 50 is tijdens een nieuwe renovatie de wens uitgesproken om de muurschildering terug te brengen. Men kwam er helaas achter dat in 1896 de muur compleet was afgebikt en dat er van de muurschildering niets over was.

Wandtapijt


Het waaggebouwtje is wel afgebroken en men heeft toen als alternatief een atelier in Haarlem opdracht gegeven om op ware grote een wandtapijt te maken aan de hand van de tekening van die was gemaakt door van der Worp voor de publicatie van Tadema in 1856.

Op het wandtapijt zie je  Zutphen in de situatie vlak voordat Maurits de stad inneemt in 1591. Een belangrijk omslagpunt. De middeleeuwse vestingwerken zijn nog volledig intact, de Walburgiskerk heeft nog haar spitse toren van 107 meter. Men is nog niet begonnen met de bouw van het nieuwe Hollandse vestingwerkenstelsel. Bekende van haar puntvormige bastions. (Denk aan de Bult van Ketjen). Je ziet de oude Marsbinnenpoort, de middeleeuwse stadsmuren, kortom Zutphen in volle glorie.

 

 

 

Dat Bolwerck

Bolwerk 16 juli 2016 7 van 055 bewerktDat Bolwerck is gebouwd in 1549, blijkens een jaartalsteen op de gevel. Samen met het buurhuis Ruiter Kortegaerd (1639) en de Drogenapstoren (1446) vormen zij een buitengewoon fraaie afsluiting van de Zaadmarkt.
Deze prachtige panden staan ook afgebeeld op de penning van het Wijnhuisfonds.
Het huis werd gebouwd op de plaats waar tussen 1532 en 1538 de gehate dwangburcht van Hertog Karel van Gelre had gestaan. Het kasteel werd in enkele jaren tijd volledig afgebroken en het terrein werd verkocht aan stadssecretaris Jurriaan Warninckhof. Niet zonder ironie noemde hij zijn nieuw gebouwde huis ‘Dat Bolwerck’. Het gebouw was in gebruik as woon-werkhuis.
Tevens werd er graan opgeslagen en in de drie kelders sloeg een wijnkoper zijn flessen wijn op. Het rechter deel van het pand werd gebruikt als koetshuis en is later als stalling voor auto’s gebruikt.

De achtertuin wordt omsloten door de stadsmuur die tussen de Drogenapstoren en restaurant Het Gastenhuus (1 Michelinster) loopt. Deze muur is vanaf de Martinetsingel zichtbaar en is een van Zutphens meest gefotografeerde plekken. In de tuin bevond zich een luik dat toegang gaf tot een onderaards gangenstelsel.

Read more: Dat Bolwerck

De Keizer

MON DEKEIZERDe Keizer, een monumentaal pand wat u kunt vinden in de Pelikaanstraat (nr 15). Het pand werd in 1972 aangekocht maar al in 1952 restaureerde het Wijnhuisfonds de in de oorlog ingestorte kap. In 1961 werd de de vensterindeling verbeterd. Als men vanuit de Spittaalstraat de stad binnenkomt is het pand een bijzondere blikvanger. Het is een dwarshuis (een dwarshuis is een huis dat met de nok van het dak evenwijdig aan de straat is gebouwd) met een hoog zadeldak. De bepleisterde zijgevel heeft een klein wolfseind met hijsbalk. Hoge ramen en deurpartij, waarachter de begane grond en een insteekverdieping. Het huis dateert uit ongeveer 1500. Binnen zijn veel authentieke achttiende-eeuwse elementen.

Dekanije

dekenijeZaadmarkt 102-108.
Bijzonderheden Het grote huis met omlopend schilddak en waterlijst is ontstaan uit de samentrekking van twee huizen, één achter de drie traveeën links en één achter de twee traveeën rechts. Van beide huizen stond de kap loodrecht op de voorgevel. Deze huizen behoorden tot de immuniteit van de Sint-Walburgkerk maar een deken heeft er nooit gewoond. Op het huidige pleintje stonden vier huizen, in de rooilijn van het Ten Broeck Huis, die niet meer tot de immuniteit behoorden. Deze vier huizen zijn in 1532 op last van Hertog Karel van Gelder gesloopt in verband met de bouw van zijn dwangburcht. 

De ingangspartij zal ongeveer in 1820 zijn aangebracht. De kleine, ongepleisterde aanbouw aan de zijde van de Proostdijsteeg heeft een tuitgevel en stamt uit ongeveer 1700. Na de tweede wereldoorlog tot 1984, toen het Wijnhuisfonds het pand kocht, was er de Muziekschool gevestigd. Het hoofdgebouw bevat tegenwoordig vier woningen, de aanbouw bevat een vijfde.

Voor een uitvoerige beschrijving van de bouwhistorie, zie [1]. Restauratie De aankoop van de Muziekschool in 1984 en die van de aangrenzende drukkerij Nauta, thans het Ten Broeck Huis, in 1978, werden ingegeven door het vaste voornemen de situatie aan het einde van de Zaadmarkt te behoeden voor verder verval.

Literatuur Literatuur [1] M.R. Hermans en M. Groothedde, De Proosdij, Dekenije en andere geestelijke huizen rond de kerk. De historische bebouwing binnen de voormalige immuniteit = Hoofdstuk 6 in
De Sint-Walburgiskerk in Zutphen, Walburg Pers, Zutphen 1999.
[2] Jaarverslag Wijnhuisfonds 1983, 13-15.
[3] Jaarverslag Wijnhuisfonds 1984, 18-21 en

Huize van de Kasteele

Wezentoezicht

Voor de 16e eeuw werd er door de stedelijke overheid toezicht gehouden op wezen. Dit toezicht was niet bij Wet geregeld maar kwam voort uit christenplicht.
Weeshuizen kende men in die tijd niet en als het op hulp aankwam waren de wezen afhankelijk van de barmhartige hulp van de kerkmeesters.
In Zutphen waren het de kerkmeesters van de St. Walburgiskerk die zorgden voor het regelen van onderdak. De ouderloze kinderen werden door de kerkmeesters ondergebracht bij particulieren. 

"als oir eygen kint to bewaeren, to voeden ende op te trecken" 

was het devies wat werd meegegeven aan de "gastgezinnen".

Read more: Huize van de Kasteele

Kolenstraat 2

Het herbestemmen van een monument is vaak een lastige zaak. Monumentenzorg wil graag historisch belangrijke elementen van het monument behouden. Daarentegen stelt ook de nieuwe functie van het pand zijn eigen eisen. Soms zijn die belangen dermate tegengesteld dat moet worden gezocht naar een passender bestemming. Zo niet bij Kolenstraat 2. Bij indiening van de bouwvergunning voor verbouw tot bakkerij was het pand nog geen monument; de architect hoefde nog nauwelijks rekening te houden met historische bouwkundige waarden. 

Read more: Kolenstraat 2

Leeuwenhuisje

Het Rijkenhage was tot 1953 ook aan de noordzijde bebouwd, en grenzend aan het Leeuwenhuisje stond een groot huis met een gevelsteen waarin het jaartal 1664 was uitgehouwen. In dat jaar kocht lakenverver Peter van Sonsveld een terrein (een ledige plaats) met achteruitgang op de Berkel. De stoffen werden gespoeld vanaf het terrasje, het milieu speelde toentertijd nog geen rol van betekenis. Het is mogelijk dat op deze ledige plaats het dit erkerhuisje als tuinhuis is gebouwd. Het heeft later dienst gedaan als tolhuis. Voor 1891 deed het huisje dienst als woning voor het hoofd van de aangrenzende Rooms-katholieke school. Voor de afbraak van de bebouwing aan de noordzijde van de Berkel noemde men dit stukje wel Zutphens Venetië. Hoe het ook zij, het is en blijft een pittoreske woning zo aan de oever van de Berkel. De naam van het huisje spreekt voor zich, en de erker wordt gedragen door gebeeldhouwde leeuwen. Momenteel doet het huisje dienst als 'kassa' voor de fluisterschippers die hun boten waarmee menig toerist een interessante tocht over de Berkel maken. In de winterdag nemen kunstenaars het huisje over en gebruiken het als open atelier.

Martinetkoepel

Martinetkoepel

MartinetkoepelBovenop de Bourgonjetoren staat een theekoepeltje. De toren stond ooit in de ‘achtertuin’ van Huis ’t Waliën. Dit grote huis werd bewoond door de familie van Heeckeren. In de Tweede Wereldoorlog is het als kazerne in gebruik geweest echter in de laatste oorlogsdagen hebben de Duitsers de kazerne opgeblazen. Het huis werd vernietigd, het theekoepeltje werd beschadigd, maar de Bourgonjetoren heeft het 20e-eeuwse geweld moeiteloos doorstaan.

De theekoepel is naar ds. Martinet vernoemd omdat hij daar zijn 'Catechismus der Natuur' heeft geschreven. Sindsdien wordt het de 'Martinetkoepel' genoemd.

Het theekoepeltje (de toren had toen al lang geen militaire functie meer) werd door Baron van Heeckeren aan Martinet ter beschikking gesteld. Martinet was van 1775 tot 1795 predikant in de Walburgiskerk.

Martinet

Johannes Florentius (Jan Floris) Martinet werd op 12 juli 1729 in Deurne geboren. Hij was natuurkundige historicus, schrijver, pedagoog, theoloog en predikant.
Hij vertegenwoordigde bij uitstek de Verlichting van de gemiddelde Nederlandse burger in die tijd. Die burger wilde begrijpen waarom de wereld in elkaar zit zoals hij in elkaar zit en tegelijkertijd in God blijven geloven. Martinet was daarvoor de aangewezen persoon. Hij had natuurkunde en theologie gestudeerd zijn werk als dominee was hierin een pré. Zijn bewondering voor de wereld was tegelijkertijd bewondering voor de almacht van God die een ideaal masterplan had weten te ontwerpen.

Cathechismus

Vanuit dat standpunt gezien schreef Martinet zijn 'Catechismus der Natuur', een boek dat in vele talen werd vertaald en lang als schoolboek werd gebruikt. Hij gebruikte de dialoog: het populairste middel in de achttiende eeuw om kennis over te brengen. Door middel van vragen en antwoorden tussen een leerling en een meester slaagde Martinet erin om de lezer in gewone spreektaal een reusachtige hoeveelheid wetenschappelijke informatie aan te reiken. Toeval bestaat niet en een louter wetenschappelijke verklaring al helemaal niet. Overal zit de hand van God achter.

 

Melkfabriek

In 1879 deelt de burgemeester van Zutphen mee dat de melkmarkt met ingang van 29 mei 1879 op de Schupstoel zal worden gehouden. In augustus van dat jaar wijst hij ook het Broederenkerkplein als verkoopplaats aan. Verkoop van de melk heeft direct aan de consument plaats. Gemeente gunt bouw nieuwe fabriek voor 17.550 gulden. Wat daaraan vooraf ging, blijkt uit een Zutphensche Courant van december 1812. Een advertentie meldt dat de Zutphensche Melkinrichting op 10 december geopend zal worden. Twee dagen later is daarover een verslag te lezen, waarin staat dat de melkinrichting gevestigd is in de Bernhardsteeg en dat deze 'aller aanbeveling verdient door de reinheid die in elk opzicht betracht wordt'. In een daarvoor ingerichte kamer is gelegenheid voor het drinken van een glas melk dat geserveerd wordt door een paar aardige als boerinnetjes verklede meisjes.

Read more: Melkfabriek

Proosdijsteeg

Proostdijsteeg 5-7-9.


Bijzonderheden Dit huis is gedeeltelijk tegen Proostdijsteeg 1-3 aangebouwd. In het gemeenschappelijke muurgedeelte zijn op de zolder van dit laatste pand twee romano-gotische vensternissen te zien. In het buitengedeelte van deze gevel bevinden zich nog twee van zulke nissen en een weggerestaureerde derde op, dezelfde hoogte. Men kan dit zien vanaf het pleintje ten zuiden vande Librije.
Voor een reconstructietekening van deze gevel zoals hij eruit zag in de tweede helft van de dertiende eeuw, door de Werkgroep Bouwhistorie Historische Vereniging Zutphen, zie [2], bladzijde 140.
De oorspronkelijke functie van het huis is niet bekend, een kapittelzaal is aannemelijk. Samen met het buurhuis staat het nu bekend als “de Proostdij”.
Restauratie In 1983 in desolate toestand van de gemeente Zutphen gekocht. Bij de restauratie is het huis in drie woningen verdeeld, waarbij nummer 9 aan de kant van het Bolwerck van een nieuwe toegangspartij is voorzien. Hierbij is gebruikt gemaakt van het overtollige stel deuren van Oude Wand 100, zie aldaar voor de geschiedenis van deze deuren.


Literatuur [1] M.M. Doornink-Hoogenraad, De proostdij te Zutphen, De Walburg Pers Zutphen, 1975.
[2] M.R. Hermans en M. Groothedde, De Proosdij, Dekenije en andere geestelijke huizen rond de kerk. De historische bebouwing binnen de voormalige immuniteit = Hoofdstuk 6 in
De Sint-Walburgiskerk in Zutphen, Walburg Pers, Zutphen 1999.
[3] Ronald Stenvert et al., monumenten in Nederland, Gelderland, blz 364. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist. Waanders Uitgevers, Zwolle, 2000.
[4] Jaarverslag Wijnhuisfonds 1985, blz 21-31.

Raadhuis

Op het 's Gravenhof is een van de opvallende gebouwen met haar markante beeldhouwwerk wel het oude gemeentehuis. Uit 'overrentmeesterrekeningen' blijkt dat reeds in 1371 wijn is gedronken in de 'raetcamer'. Echter al voor 1339 is Zutphen in het bezit van een gebouw dat afwisselend wordt aangeduid met Raadhuis of Schepenhuis.
Uit een andere rekening uit 1426 blijkt dat men twee tonnen witkalk gekocht heeft om het 'nye raethuis' te witten. Dat men ooit is begonnen met deze nieuwbouw is bevreemdend als men bedenkt dat er zich naast het 'nye raethuis' een vleeshuis stond waar men in 1448 nog heeft geïnvesteerd in het leggen van een nieuwe vloer.

Read more: Raadhuis

Ruiter Kortegaerd

RuitKG2In 1639 gebouwd door Emond Hellenraet (± 1592-vóór 1664), die vooral bekend is als bouwmeester van de Wijnhuistoren. Samen met het buurhuis het Bolwerck (1549) en met de Drogenapstoren (1446) op de achtergrond vormt het een zeer fraaie afsluiting van de Zaadmarkt. De bakstenen trapgevel in renaissance stijl opgetrokken heeft de grote trappen welke zijn opgevuld met klauwstukken. Het pand is bekroond door een gebroken tympaan met kleine obelisk. Boven de twee hoofdvensters zijn een soort accoladebogen aangebracht. De toegangspoort met dorische pilasters, Typerend in het pand zijn ook de ronde ramen, ook wel 'runderogen' genoemd.

Read more: Ruiter Kortegaerd

Schelpenkoepel

De Zutphense schelpengrot is een ontwerp van de Zweedse architect J. Horleman. Het was in 1697 dat hij voor de eigenaar van de 'Hof van Heeckeren' het nu zo bekende ontwerp maakte. De baron van Walraven van Heeckeren en heer van Nettelhorst wilde zijn tuin moderniseren volgens de laatste modetrend. Zo kwam het dat de tuin werd versierd met water- en rotspartijen. Ook de grot werd gebouwd en ingelegd met schelpen, koralen, mineralen en gesteente. De Hollandse zeevaarders hebben tijdens hun reizen, die ze voor de VOC en de WIC maakten, veel kleurige tropische schelpen en slakkenhuizen meegenomen. Vanwege hun zeldzaamheid waren de fraaie schelpen toentertijd alleen verkrijgbaar voor rijke adel en gegoede burgers. In Nederland kennen we nog slechts drie schelpengrotten. De bekendste zijn te vinden bij kasteel Rosendael (bedriegertjes), en bij paleis het Loo in Apeldoorn. In 2001 heeft de schelpenkoepel haar laatste renovatie ondervonden. Er werden in totaal 10.500 schelpen verwerkt tijdens deze werkzaamheden. De 'kokkel' en het 'nonnetje' beide voorkomend in de Noordzee maken voor ongeveer 50% deel uit van de gebruikte schelpensoorten.

 

ten Broeck huis

Het ten Broeck huis vinden we op Zaadmarkt 100. pand werd in 1978 door het Wijnhuisfonds gekocht van drukkerij Nauta. In het oude huis aan de Zaadmarkt waren de kantoren gevestigd, de drukkerij zelf bevond zich in allerlei nieuwere aanbouwsels aan de achterzijde. Hiervan is Kerkhof 5 behouden en verbouwd tot een aantrekkelijke woning, de rest heeft plaatsgemaakt voor tuinen. Na de restauratie is het geheel overgenomen door de reeds uit de middeleeuwen stammende Sint Anthonie Groote Broederschap, die in Zutphen woningen bezit en verhuurt.

Read more: ten Broeck huis

Watertoren

In 1926 werd door de 'Hollandsche Maatschappij tot het Maken van Werken in Gewapend beton', een nieuwe watertoren gebouwd. Eerder werd de druk op het leidingnet opgebouwd door een watervat in de Drogenapstoren. Deze heeft sinds 1889 dienst heeft gedaan als watertoren. In de toren bevindt zich een waterreservoir met een inhoud van 600 kub. water !! Het was in eerste instantie een open reservoir maar omdat door kapotte ruiten, duiven en ander ongedierte zich in de toren nestelden, heeft men in 1981 besloten om het open reservoir van een betonnen dek te voorzien, om zo vervuiling van het water tegen te gaan.

Read more: Watertoren

Wijnhuistoren

De Wijnhuistoren in Zutphen 

Is een voorbeeld van een belfort met klokkenspel en was het economisch knooppunt van de stad. Het Wijnhuis was een soort dependance van het gemeentehuis maar tevens stadsherberg waar bestuurders kwamen om te eten en te drinken.

Ook de stadswacht (stedelijke politie) was hier gevestigd. In de middeleeuwen is het gebouw in diverse stadia gebouwd en verfraaid.

In de 15e eeuw bezat het Wijnhuis al een torentje maar na de 80-jarige oorlog kwam er een regionale groei en liet men de huidige toren bouwen.

Ook dit gebeurde in diverse fases, tussen 1616 en 1642. Tussendoor moest er geld worden gespaard voor verdere afbouw. 
Het werd een ‘trotse’ toren, één waarmee het stadsbestuur kon pronken naar andere steden. Het was als het ware een soort prestigebouw. Ze maakte deel uit van de herberg "to Vreden", ( Taverne Tho Vreden ), waarvan al voor 1326 sprake is. De toren heeft een eigen fundering en stond op het waltracé.

Het gebouw gaat terug naar een grafelijk versterkt huis bij de ingang van de ringwalburg uit de 9e tot 12e eeuw. Het zou kunnen gaan om een militaire fortificatie van de graaf. (hypothese). De oudste bouwfase is nog in de kelder aanwezig en dateert van rond 1300.

'To Vreden'

De naam ‘To Vreden’, kan verwijzen naar de oorspronkelijke militaire functie: een bergvrede, een soort motteburcht. Ook betekent Vreden, en ook Vrijthof, niet meer dan een afgesloten ruimte.

De functie van Vreden of Het Wijnhuis was naast die van herberg, ook stadswaag, (Muntgeld tot handelswaar en wijn werden gewogen), fungeerde als onderkomen van de stadswacht en was de plaats waar het stadsbestuur  de openbare aankondigingen liet uitspreken.

Daar gebruik en ontvangsten door het stadsbestuur in het Wijnhuis zo regelmatig voorkwamen besloot men tot aanschaf over te gaan. Zo gebeurde het dat in 1420 "doe men Vreden coft" de stad eigenaar werd van het pand.  Het stadsbestuur ontving haar gasten meestal "to Vreden". 

En zoals te doen gebruikelijk heeft het bestuur na aanschaf direct besloten tot een grote verbouwing. Er werden maar liefst 16 ramen geplaatst die op hun beurt weer werden voorzien van luiken. Er kwam een stenen toegangstrap en de bestaande lemen vloer werd uitgebroken om te worden vervangen door estriken.

Om de inwendige mens beter te kunnen bedienen werden er in de keuken stenen ovens gemetseld en ging men over tot aanschaf van vuurpannen.

Huesken

Op plaatsen waar veel gegeten en gedronken wordt is het handig een "huesken" te hebben. 
Het wijnhuis werd dan ook voorzien van een vierpersoonsvoorziening. Twee zitplaatsen boven (het wijnhuis had toen één verdieping) en twee beneden. Het secreet werd voorzien van een houten koker die als afvoer naar een put achter het huis diende. Als je geluk had lag over de goot naar de put een plank, waterspoeling kende men nog niet.

Op het leien dak kwam een hoge dakruiter die het stadssilhouet mede bepaalde en in 1446 werd daar een uurwerk aan toegevoegd. Deze ‘toren’ was een voorloper van de huidige Wijnhuistoren zoals we deze nu kennen.

Het Wijnhuis heeft bestaansrecht gehad tot 1864, daarna is het opnieuw verbouwd en heeft sindsdien onderkomen verleend aan achtereenvolgens de politie, het telefoonkantoor, archief, museum, kantoor van de voogdijraad en voorlichtingsbureau van de gemeente. De laatste gebruiker was de plaatselijke VVV die in 2002 heeft plaatsgemaakt voor een Italiaans restaurant. Terug naar de 'roots' zou er gezegd kunnen worden.

De toren is rijkelijk versierd met beeldhouwwerken, hieronder een kleine impressie:

 

Straffen

Vreden werd verpacht en naast ontvangsten door het stadsbestuur werden er op het terrein rechtszittingen gehouden door de hertog. Door de centrale ligging was het een mooie plek voor samenkomsten in de stad. Het was ook niet voor niets dat hier het 'stadskruis' werd opgesteld en aan de muur twee 'halsyseren' werden bevestigd, waarmee overtreders van de wet werden vastgezet voor vertoon aan de burgerij. Deze straf is te vergelijken met het vastzetten aan een schandblok of schandpaal. Behalve vastzetten werden hier ook de executies voltrokken, in die tijd een volksvermaak waarvoor dus alle ruimte aanwezig was.

In plaatsen zoals Zwolle had men een walviskaak waaraan mensen na een vergrijp werden vastgebonden, het gezegde 'aan de kaak stellen' is hiervan afgeleid.

Daarnaast was het het verzamelpunt voor burgers die ten strijde moesten trekken. Men was toentertijd als burger verplicht deel te nemen aan de strijd die de hertog ging voeren tegen zijn vijand.

Emond Hellenraet

De Wijnhuistoren is een onderdeel van het door stadsmetselaar Edmond Hellenraet in de jaren 1616 tot 1619 gebouwde Stadswijnhuis. Men heeft gebruik gemaakt van resten van een ouder gebouw op de zelfde plaats. Het bovengedeelte van het torentje is pas in de jaren 1637 tot 1641 tot stand gekomen.

Het Wijnhuis is in 1863 gesloopt, en vervangen door een gebouw ontworpen door architekt D.J.Itz. Het nieuwe gebouw moest dienst gaan doen als Stedelijk Museum. De Wijnhuistoren is op 27 januari 1920 uitgebrand, dit doordat een bewoner zijn huis naast het Wijnhuis in brand had gestoken.
Onder leiding van architect S. de Clerq is het gebouw in oude stijl herbouwd. Opnieuw in 1945 bij de bevrijding van Zutphen is het Wijnhuisgebouw in brand geschoten, hierbij liep ook de toren schade op.

De Stadswaag

Hier werden in vroeger tijden goederen gewogen. Handelaren waren verplicht om hun producten eerst te laten wegen voordat ze die op de markt mochten aanbieden. Zodoende was een waag voor een stad onmisbaar om als betrouwbaar handelscentrum bekend te staan. Over het wegen werd accijns geheven wat een mooie bron van inkomsten was voor de stad.

Na het wegen ontving een koopman een zogenaamd waagbriefje, dat de voor koper het bewijs was van het juiste gewicht van de goederen. Muntgeld, kaas, boter, vlees, wijn waren veel gewogen goederen. Het was landelijk gebruikelijk dat de plaats van de waag dicht bij gelagkamers of bestuurszalen lag. Zutphen maakte hierop dus geen uitzondering.


Geschiedenis Hemony carillon

Op 1 augustus 1642 kregen de broers François en Pieter Hemony van het stadsbestuur van Zutphen opdracht om een klokkenspel te gieten voor de Wijnhuistoren. Het resultaat bleek een revolutie in de carillonwereld met zich mee te brengen: zo zuiver gestemd had nog nooit een klokkenspel geklonken! De faam van de broers verspreidde zich dan ook snel: maar liefst vijftig stads- en kloosterbesturen schaften hun klokkenspelen aan. Ze werkten afwisselend in Zutphen, Amsterdam en Gent.

De eerste opdracht die ze ontvingen van het Zutphens stadsbestuur betrof het maken van een speelwerk van 19 klokken. Voordien had de uurwerkmaker Juriaan Sprakel een opdracht gekregen voor het leveren van een uurwerk en speeltrommel.

Is het Juriaan geweest die de Hemony's bij het stadsbestuur heeft aangeraden? In ieder geval wordt de samenwerking voortgezet, Hemony leverde de speelklokken en Sprakel bouwde de uurwerken. Waarschijnlijk hebben de Hemony's onderzoek gedaan hoe een goed gestemde beiaard te gieten. Hiervoor hebben ze waarschijnlijk nauw samengewerkt met Jonkheer Jacob van Eyck.
Deze blinde Jonkheer van Eyck was al geruime tijd stadsbeiaardier van Utrecht. Hij had in opdracht van het stadsbestuur van Utrecht onderzoek gedaan aan speellklokken voor de Domtoren. Hier had hij een gestemde beiaard in samengesteld.

Voordat Van Eyck en de Hemony's klokken stemden door middel van het uitdraaien op een draaibank, probeerde men klokken te stemmen door het uithakken van brons met een beitel aan de binnenkant van de klok!
Natuurlijk was dat volkomen kansloos. In het voorjaar van 1645 kwam de nieuwe beiaard van Zutphen met de 19 klokken gereed.
De keurmeesters, Jonkheer van Eyck en de stadsbeiaardier van Deventer Lucas van Lennick waren vol lof!
Er bleef een wens, uitbreiding met 7 kleine diskant klokken. Deze kwamen er nog in 1646.

De eerste gestemde beiaard kwam tot stand, en de roem van de gebroeders Hemony begon. Binnenkort komt er een speciaal aan de gebroeders Hemony gewijd boek op de markt.

In 1677 goot Peter Hemony nog een zestal diskant klokken.
In 1732 goot klokkengieter Nicolaas Muller nog vier klokken, de beiaard bestond toen uit drie octaven, 36 klokken.

Brand

Bron: http://rijksmonumenten.nl/monument/41486/wijnhuistoren/zutphen/Bij de eerder genoemde brand van de toren in 1920 ging op 7 klokken na alles verloren.
Een Hemony 'bas-klok' maakt ook vandaag de dag nog deel uit van de beiaard. Een klok is in de beiaard van 's-Hertogenbosch opgenomen. Een aantal klokken kreeg een nieuwe bestemming als luidklok, de Lasonderkerktoren te Enschede en ook Zutphense kerktorens.

Tot slot maakt ook een Hemony klok van Zutphen deel uit van de collectie van het Nationaal Beiaard Museum in Asten.

De toren werd herbouwd in 1924, aangezien er in de jaren 20 van de vorige eeuw geen Nederlandse klokkengieter in staat was een gestemde beiaard te maken was de klokkengieter van de nieuwe beiaard het Engelse bedrijf Taylor. Het nieuwe spel was 36 klokken groot, op 23 mei 1925 speelde de beiaardier van het Paleis in Amsterdam Jacob Vincent het spel in. In 1943 is dit spel helaas gevorderd door de Duitse bezetter.

Na de oorlog ging men geld inzamelen voor opnieuw een nieuw klokkenspel. Klokkengieterij Van Bergen leverde een op basis van de Hemony klok, die gespaard was in 1943 een drie octaafs beiaard. Op 23 december 1950 kon de stadsbeiaardier van Zwolle Willem Créman het nieuwe spel inspelen.

Eijsbouts Asten

Helaas liep Van Bergen met zijn klokken achter op de twee andere Nederlandse gieterijen, de klokken waren niet goed gestemd en ook het gietwerk van de gieter was niet perfect. Er een grondige restauratie voorbereid van de toren en het carillon. Voor de klokken ging de actie “Een Ton voor het Wijnhuiscarillon” van start en binnen enkele maanden was het benodigde geld, Fl. 200.000,00, voor het carillon door burgers en bedrijven (o.a. Odd Fellows, Wijnhuisfonds, Soroptimist club, Junior Kamer, Gemeente Zutphen, Rotary Zutphen, Beiaardier en de VVV.) bijeen gebracht.

Bij deze restauratie in 1979, uitgevoerd door Kon. Eijsbouts, Klokkengieterij Asten, werden 20 slecht klinkende klokken door nieuwe vervangen, bovendien vulde Eijsbouts het klokkenspel aan tot vier octaven.

Beiaardier

Het stadsbestuur van Zutphen heeft in 1647, bij hetgereedkomen van het eerste Hemonycarillon eenstadsbeiaardier aangesteld. Frans Haagen is de 22e, door het stadsbestuur aangestelde beiaardier.

Op iedere donderdagse marktdag beklimt stadsbeiaardier Frans Haagen de Wijnhuistoren en bespeelt hij het carillon. De stadsbeiaardier programmeert ook de melodieën voor de klokkenspelcomputer. Daarnaast levert hij een belangrijke bijdrage in de programmering en de bespelingen van de door de stichting Vrienden van het Carillon georganiseerde concerten.

Frans Haagen studeerde aan de Nederlandse Beiaardschool te Amersfoort bij Bernard Winsemius en Arie Abbenes en behaalde daar het diploma Uitvoerend Musicus. Naast Zutpen is hij stadsbeiaardier van Almelo, Doesburg,  Kampen en Rijssen. Hij is werkzaam als hoofdvakdocent beiaard aan de Nederlandse Beiaardschool te Amersfoort, onderdeel van het Utrechtse Conservatorium. Als concerterend beiaardier is hij veelvuldig te beluisteren. Naast concerten in Nederland speelde hij de afgelopen jaren ook regelmatig op diverse festivals wereldwijd. Zo speelde hij in Duitsland, Polen, Noorwegen, België, Frankrijk, Spanje, Oostenrijk, Amerika en Zuid Korea. Frans Haagen is een veelzijdig musicus. Frans Haagen woont in Voorst. In het volgende YouTube filmpje verteld hij het een en ander over het beiaardiersvak en de beiaard:   www.youtube.com

Wie de mogelijkheid heeft aangegrepen om de toren te beklimmen heeft van een bijzonder uitzicht mogen genieten: