De Vikingaanvallen

In de late 9e eeuw werd Zutphen verwoest bij vikingaanvallen, waarna aan het einde van die eeuw een ronde ringwal werd opgericht met drie grachten eromheen: een 20 meter brede U-vormige gracht, een spitse smalle gracht erbuiten en op 11 meter hierbuiten een derde V-vormige gracht, deze laatste 5 meter breed en 2 meter diep. De loop van de markten Groenmarkt, Houtmarkt en Zaadmarkt zijn nog een deel van die voormalige ringwal en gracht. In het midden van de 11e eeuw werd Zutphen enige tijd een vorstelijke residentie en werd er een palts gebouwd en een grote kapittelkerk gesticht, de huidige Sint Walburgiskerk. Sinds 1046 was de bisschop van Utrecht landsheer van het Zutphense graafschap en de burg. In de loop van de late 11e eeuw en de vroege 12e eeuw wisten de graven van Zutphen steeds meer macht naar zich toe te trekken. Onder de Gelderse graven werd de grafelijke stad (sinds 1138 via huwelijk in Gelderse handen gekomen) snel groter en economisch belangrijker.

De Nieuwe Nederzetting

Graaf Hendrik I van Gelre en Zutphen (1138-1181) liet een nieuwe nederzetting van handelaren en ambachtslui buiten de ringwalburg van een eigen omwalling voorzien. De wal bevatte twee tufstenen poorten en zeven of acht tufstenen torens. Dit gaf de stad de allure van de bisschoppelijke steden Deventer en Utrecht. In dit stadsgebied vestigde de graaf een eigen hof dat in 1293 geschonken werd aan de Dominicaner broeders.

Stadsrechten

Aangezien Zutphen op een hoger gelegen gebied tussen IJssel en Berkel lag, was het een goede vestigingsplaats waar de graven van Zutphen hun verblijfplaats hadden gebouwd. In de 12e eeuw maakten de graven van Gelre een aanvang met de verlening van stadsrechten.

De residentie van de graven kregen uiteindelijk in 1190 (feitelijk tussen 1191 en 1196), stadsrechten.
De verkregen stadsrechten dienden als basis voor de rechten die later werden verleend aan onder andere de Gelderse steden Arnhem, Doesburg, Doetinchem, Harderwijk, Lochem en Hattem.

De stad werd ommuurd in de 13e eeuw en uitgebreid met de in diezelfde eeuw door de graaf gestichte Nieuwstad.

1284 was een rampjaar voor de stad. Een grote stadsbrand verwoestte de stad grotendeels. Na opbouw braken er betere tijden aan. Voor Zutphen staat de 14e eeuw bekend als Gouden Eeuw en werd hoofdstad van de Graafschap Zutphen. De stad neemt dan deel aan de Oostzeehandel. 

Pestepidemie

Pestepidemie

Tijdens de pestepidemie in 1349 werden alle Joodse inwoners van Zutphen, alsmede van de andere steden aan de IJssel vermoord. Men geloofde dat de Joden achter de epidemie zaten; zij zouden het water hebben vergiftigd. De werkelijke oorzaak dat er onder de Joden minder slachtoffers vielen was dat zij strikte, door hun geloof voorgeschreven hygiënische regels hanteerden, waaronder het regelmatig wassen van de handen.

Pest, de zwarte dood in Europa

De pestepidemie die Europa in 1347 trof, plaatste de bevolking voor een raadsel. Van de ene dag op de andere kregen de slachtoffers zwarte builen, eerst in liezen en oksels en vervolgens over het gehele lichaam.

Read more: Pestepidemie

Neergang in de vijftiende eeuw.

Neergang in de vijftiende eeuw.

Over de oorzaken van de achteruitgang die Zutphen sinds het begin van de vijftiende eeuw doormaakte, zijn verschillende suggesties in omloop. Vermoedelijk moeten we het zoeken in een samenloop van ongunstige omstandigheden. Door de St. Elisabethsvloed van 1421 ging er meer water door de Waal en minder door de IJssel stromen, waardoor de bevaarbaarheid van de laatstgenoemde rivier achteruit ging. Zeker zo belangrijk was de opkomst van de Hollandse steden als concurrenten voor de IJsselsteden bij hun handel op Noord-Duitsland en het Oostzeegebied. Tenslotte deden de vele oorlogen waarin Gelre in de eerste helft van de vijftiende eeuw verwikkeld raakte, geen goed aan Zutphen's positie als handelsstad. In 1473 brak een periode van strijd aan tegen de hegemonie van de Bourgondiërs, later de Habsburgers, die duurde tot 1543.

Read more: Neergang in de vijftiende eeuw.

De 80-jarige oorlog

80jar-oorlDe 16e eeuw bracht moeilijke tijden voor Zutphen door de opkomst van andere steden en de Tachtigjarige Oorlog met de Spanjaarden. Na de roerige Gelderse oorlogen in de eerste decennia van de 16e eeuw werden de vestingwerken van Zutphen gemoderniseerd. Toch mocht dit niet baten. In juni 1572 nam graaf Willem van den Berg, zwager van Willem van Oranje, Zutphen in en verdreef de Spanjaarden, die op 17 november 1572 de stad onder Don Frederik, de zoon van de hertog van Alva, terug namen en honderden inwoners executeerden. Dit staat bekend als het bloedbad van Zutphen.

Read more: De 80-jarige oorlog

Bloedbad van Zutphen

bloedbadHet Bloedbad van Zutphen of de Aanslag op Zutphen is een historische gebeurtenis die plaats vond op 15 november 1572 in het Gelderse Zutphen aan het begin van de Nederlandse Opstand.

Aanloop

Op 1 april 1572 werd Brielle door de Geuzen veroverd. Dit wordt algemeen gezien als het eigenlijke begin van de opstand tegen Filips II. Graaf Willem IV van den Bergh, een zwager van Willem van Oranje, speelde een grote rol in Oranjes tweede invasie en veroverde onder andere Zutphen (10 juni), Kampen (11 augustus), Zwolle (14 augustus) en Steenwijk. In Zutphen gedroegen zijn troepen zich zeer ordeloos, vooral de kerkelijke instituties moesten het ontgelden. Kerken en kloosters werden met goedkeuring van Willem IV geplunderd en soms tot de grond toe verwoest, priesters werden vermoord en nonnen verkracht. Het lood werd uit de kerkvensters gesloopt om er kogels van te maken.

Read more: Bloedbad van Zutphen

Ontstaan rond 800

002-Comitatus Zutphania Visscher 1634Op een rivierduincomplex tussen Berkel en IJssel ontstond in de Romeinse tijd als Germaanse nederzetting de voorloper van de stad Zutphen. Al ruim 1700 jaar wordt de huidige plaats continue bewoond en is daarmee een van de oudste steden van Nederland. De nederzetting van de Frankische stam der Chamaven was vermoedelijk al vanaf het begin versterkt: twee parallelle, 5 meter brede en twee meter diepe V-vormige grachten sneden een strategisch puntje van het rivierduin bij de monding van de Berkel in de IJssel af. In tegenstelling tot vele andere woonplaatsen bleef de nederzetting Zutphen tijdens de volksverhuizingstijd (Middeleeuwen) op het huidige 's Gravenhof bestaan. Rond het jaar 800 werd de IJsselsstreek inclusief Zutphen bij het Frankische rijk ingelijfd. Hierna onstond in Zutphen een bestuurlijk centrum van de graven van Hamaland.

Lunetten en Bolwerken

prins maurits Historiek.netIn 1591 werd de stad heroverd, met het noordelijk deel van het voormalig Hertogdom Gelre door Prins Maurits, het zuidelijk deel, waaronder Roermond en Venlo vervielen tot de Zuidelijke Nederlanden. Dit luidde het begin in van een betrekkelijk lange periode van rust voor Zutphen als vestingstad en garnizoensstad, totdat in 1629 een Duits-Spaans leger opnieuw de Veluwe binnenviel en moordend rondgingen.

In 1672 (Rampjaar) werd Zutphen veroverd door het Franse leger onder Lodewijk XIV. De grote kerk werd opnieuw ingericht voor de katholieke eredienst maar werd na het vertrek van de Fransen weer teruggegeven aan de protestanten.

Kort na 1700 werd de vesting Zutphen uitgebreid naar ontwerp van Menno van Coehoorn en uitgebreid met de linies van Wambuis en van Hoorn aan het eind van die eeuw. Het werd een nieuwe gordel van lunetten en hoornwerken die de vijandelijk geschut nog verder van de stad moest houden.Stadsplattegrond BLAEU

Zutphen was honderden jaren ingeklemd in haar vestingwerken. De bevolking groeide gestaag van 7500 inwoners in 1795 naar meer dan 15.000 in 1860 op slechts 40 hectare grond binnen de muren. De ruimtelijke groei begon weer toen in 1874 de vesting Zutphen werd opgeheven, en de muren om de stad verwijderd konden worden. Enkele delen van de vestingwerken zijn nog zichtbaar, zoals het Bourgonje bolwerk aan de IJsselkade, ook bekend als 'de Bult van Ketjen'.

 

Na de Middeleeuwen

Na de Middeleeuwen had Zutphen grote moeite om zich te handhaven als handelsstad. Toen de handel zich verschoof naar het westen (Holland), vergat Zutphen om compensatie voor dit verlies te zoeken in de achterlanden. Mede daardoor en door de extreem hoge roggeprijzen steeg de armoede in Zutphen sterk. Veel mensen verlieten de stad en plunderende Spaanse soldaten braken de stad voor een groot deel af op zoek naar waardevolle materialen. Toen Nederland bevrijd was van de Spanjaarden was er nog maar weinig over van Zutphen. De magistraat beval 20 jaar na de bevrijding dat de mensen terug moesten keren naar hun 'huizen' en moesten beginnen met de herbouw. In 1664 werd deze oproep herhaald. Zutphen was in die tijd duidelijk een verarmde, slecht bevolkte stad.

In de rest van de 17e eeuw echter kwam de vooruitgang. Zutphen beleefde in de komende jaren een groei naar voren. Gelukkig voor Zutphen kon deze groei in de 18e eeuw geconsolideerd worden. Het aantal armen nam af, terwijl de bevolking wel groeide.

Read more: Na de Middeleeuwen

Wereldoorlog II

Na de Eerste Wereldoorlog raakte Zutphen achterop bij de rest van Nederland. Terwijl de bevolking in Nederland steeg met 98% steeg deze in Zutphen maar met 24% in de periode tussen 1900 en 1947. Ondanks de lage groei was Zutphen wel dichtbevolkt, 1.700 inwoners per 100 hectare, tegen bijvoorbeeld Doetinchem 347 en Winterswijk 141. In de periode 1908-1913 nam de bevolking in Zutphen zelfs af, maar door een geboorteoverschot en een stimulatie door woningbouw nam de bevolking na 1913 weer toe. Dit ging echter zeer traag; in 1900 woonden er 18.321 mensen, en pas in 1932 werd de 20.000 grens gehaald! De grens van de 25.000 liet zelfs tot 1959 op zich wachten!

In de crisisjaren '30-'40 ontwikkelde Zutphen een positief vestigingssaldo. Dit kwam vooral door het begin met de aanleg van het Twentekanaal, allerlei arbeiders trokken naar Zutphen, en konden daar niet meer weg in de crisisjaren, omdat je, om in aanmerking te komen voor een uitkering, langer dan 1 jaar ingezetene moest zijn.

Zutphen en WO II

Tijdens de Tweede Wereld Oorlog heeft heel Nederland te lijden gehad onder de Duitse bezetting. Iedere plaats kan daar over zijn eigen, zeer verschillend, verhaal vertellen. De meeste bevelen die uitgevaardigd werden golden voor het hele land zoals de distributie van levensmiddelen en goederen, vordering van gebouwen e.d. Daarnaast was er ook de deportatie van Joden, het verzet en de executies. Maar sommige dingen waren plaatselijk. 

Voor Zutphen zou ik er een aantal willen noemen: de meidagen van 40, de munitietrein september 44, het bombardement oktober 45 en de bevrijding april 45.

Na de eerste Wereldoorlog

Na de Eerste Wereldoorlog raakte Zutphen achterop bij de rest van Nederland. Terwijl de bevolking in Nederland steeg met 98%, steeg deze in Zutphen in de periode tussen 1900 en 1947 maar met 24%. Ondanks de lage groei was Zutphen wel dichtbevolkt, 1.700 inwoners per 100 hectare, tegen bijvoorbeeld Doetinchem 347 en Winterswijk 141. In de periode 1908-1913 nam de bevolking in Zutphen zelfs af, maar door een geboorteoverschot en een stimulatie door woningbouw nam de bevolking na 1913 weer toe. Dit ging echter zeer traag; in 1900 woonden er 18.321 mensen, en pas in 1932 werd de 20.000 grens gehaald! De grens van de 25.000 liet zelfs tot 1959 op zich wachten!

In de crisisjaren '30-'40 ontwikkelde Zutphen een positief vestigingssaldo. Dit kwam vooral door het begin met de aanleg van het Twentekanaal, allerlei arbeiders trokken naar Zutphen, en konden daar niet meer weg in de crisisjaren, omdat je, om in aanmerking te komen voor een uitkering, langer dan 1 jaar ingezetene moest zijn.

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog, tussen 1940 en 1984, groeide de Zutphense bevolking met 47% van 21.553 naar 31.683. Vergeleken met Nederland was dit opnieuw een kleinere stijging, de totale bevolking groeide namelijk met 61%. Wel kreeg Zutphen meer mogelijkheden, dit kwam door annexaties ten koste van Gorssel en Warnsveld, en ook door de dichting van de Baakse Overlaat, waardoor het grondgebied beter bruikbaar werd. De Zutphense economie kon pas na 1950 weer redelijk op gang komen. Op 26 maart 1950 werd namelijk de nieuwe spoorbrug over de IJssel ingelegd. Vanaf toen was het kijken naar de toekomst begonnen. De bestuurders van Zutphen verwachtten in 1960 dat het inwonersaantal van Zutphen door zou groeien naar 40.000 tot 50.000 in 2000. Om al deze mensen plek te bieden was uitbreiding nodig. Hulp kwam onverwacht: Gedeputeerde Staten kondigden op 20 december 1965 aan dat binnen twee jaar de gehele gemeenten Gorssel en Warnsveld bij Zutphen gevoegd zouden worden. Niet alleen Zutphen was verrast door dit nieuws, ook Warnsveld en Gorssel waren onaangenaam verrast. Op 25 april 1966 vergaderden de raden van Zutphen, Gorssel en Warnsveld tegelijkertijd over de kwestie.

Read more: Na de Tweede Wereldoorlog

Toeristische binnenstad

Tegenwoordig zijn in het centrum van Zutphen nog vele sporen te vinden van deze tijd, zoals van de ommuring: de Drogenapstoren uit 1444, de Bourgonjetoren uit 1457 de kruittoren (begin 14e eeuw), de Spaanse Poort (een barbacane voorpoort van de oude Nieuwstadspoort uit 1537), diverse waltorens aan de Bornhovestraat en Armenhage (13e eeuw). Daarnaast zijn er ook nog grote stukken stadsmuur te vinden, waaronder een stuk bij de Drogenapstoren, en een stuk bij de Berkelpoort uit het begin van de 14e eeuw met resten van twee waltorens. De middeleeuwse binnenstad van Zutphen herbergt achter de veelal jongere gevels een grote hoeveelheid bakstenen huizen uit de late Middeleeuwen. Vele tientallen dateren zelfs tot en met de kapconstructie van voor 1400. Er zijn drie middeleeuwse kerken (zie verder) en resten van diverse kloosters en hospitalen.
In 1927 werd het Wijnhuisfonds opgericht, dat sindsdien meer dan 80 panden heeft opgekocht en gerestaureerd. Gerestaureerde panden worden verhuurd; de opbrengst wordt weer gebruikt om andere gebouwen te restaureren.
Het centrum van Zutphen werd in 2005 door een alliantie van detailhandelsorganisaties uitgeroepen tot 'Beste Binnenstad' van Nederland in de categorie middelgrote steden.

Muntrecht

Zutphen heeft gedurende enkele honderden jaren het stedelijke muntrecht gehad, maar actief gemunt is er slechts in vier muntperioden: 1478-1480, 1582-1583, 1604-1605 en 1687-1692. In eerdere perioden is ook door de Zutphense graven te Zutphen gemunt (Otto I de Rijke, ca. 1070-1090 en Hendrik I, circa 1150-1181, en Otto I (1181-1207), en later door de hertogen van Gelre (1499) en de provincie 1582-1583)). 

De stedelijke munt van Zutphen

De stad Zutphen behoorde tot het graafschap Zutphen waaronder ook Anholt en Bronckhorst vielen. Zutphen wordt voor het eerst met die naam genoemd in 1050 en ontvangt stadsrechten in 1190. Waarschijnlijk heeft de vroegste 12e eeuwse Gelderse muntslag van Hendrik I en Otto I in Zutphen plaatsgevonden. In Zutphen staat een 14e eeuws huis dat de naam Ade munt@ draagt. Waarschijnlijk dankt dit huis zijn naam aan de muntslag van muntmeester Nicolaes Nyber. Deze heeft daar in de periode 1478-1480 de vroegste stedelijke muntjes geslagen in de vorm van witpenningen of albussen. Dit waren zilveren muntjes met een waarde van 3 oorden. Waarschijnlijk zijn er ook begin 16e eeuw zgn. muterkens (c Brabantse stuiver) geslagen op naam van Karel van Egmond, echter zij zijn niet als munten van Zutphen herkenbaar.

Read more: Muntrecht

De naam Zutphen

De naam Sutphen komt voor het eerst voor in oorkonden van abdij Corvei aan de Weser waar inkomsten met hierin de naam Zutphen (Sutphen), worden vermeld.

"Daartoe behoren onder meer goederen gelegen in Sutphen, in de gouw Hamaland".

In 1101 wordt voor het eerst een Graaf van Zutphen genoemd:

Otto van Zutphen, die bij zijn overlijden in 1113 de bijnaam 'de Rijke' had. Zijn ene zoon Hendrik (I) volgde hem op maar overleed rond 1120 kinderloos.

Aangezien de andere zoon, Diederik, sinds 1118 bisschop van Münster was, ging de opvolging via Otto's dochter Ermgard vermoedelijk over op haar echtgenoot Gerard van Gelre, zoon van graaf Gerard II 'de Lange' van Gelre. Gerard junior overleed in 1134, drie jaar voor zijn vader.

In Zutphen volgde toen Hendrik (II), de zoon van Gerard junior en Ermgard van Zutphen op, die in 1137, toen zijn grootvader Gerard 'de Lange' stierf, ook in Gelre opvolgde.

Zo raakte het Graafschap Zutphen voorgoed verbonden met het Graafschap Gelre, dat in 1339 een hertogdom werd. Die twee-eenheid trad als soeverein gewest in 1579 toe tot de Unie van Utrecht, waar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstond.

De naam Zutphen is ontstaan uit Zuid-venne, een rivierduinencomplex te midden van drassige weidegronden.

Ringburgwal

In de late 9e eeuw werd Zutphen verwoest bij vikingaanvallen, waarna aan het einde van die eeuw een ronde ringwal werd opgericht met een 20 meter brede U-vormige gracht.

De markten Groenmarkt, Houtmarkt en Zaadmarkt zijn nog een deel van die voormalige ringwal en gracht.

In het midden van de 11e eeuw werd Zutphen enige tijd een vorstelijke residentie en werd er een palts gebouwd.
Kort daarvoor was er een kerkkapittel gesticht. De oudste Romaanse bouwfase van de kapittelkerk, de huidige Sint Walburgiskerk werd in 1105 ingewijd.

Sinds 1046 was de bisschop van Utrecht landsheer van het Zutphense graafschap en de burg. In de loop van de late 11e eeuw en de vroege 12e eeuw wisten de graven van Zutphen steeds meer macht naar zich toe te trekken.

Onder de Gelderse graven werd de grafelijke stad, die sinds 1138 via huwelijk in Gelderse handen was gekomen, snel groter en economisch belangrijker.

Graaf Hendrik I van Gelre en Zutphen (1138-1181) liet een nieuwe nederzetting van handelaren en ambachtslui buiten de ringwalburg van een eigen omwalling voorzien. De wal bevatte twee tufstenen poorten en zeven of acht torens van hetzelfde uit Duitsland aangevoerde steensoort. Dat gaf de stad de allure van de bisschoppelijke steden Deventer en Utrecht. In dit stadsgebied vestigde de graaf een eigen hof, dat in 1293 geschonken werd aan de Dominicanen.

Bron: wikipedia

Hanzestad

Deze locatie lag goed op de kaart bij de kooplieden, en Zutphen groeide snel en werd een van de Hanzesteden.

Tussen 1191 en 1196 kreeg Zutphen stadsrechten toegewezen door graaf Otto van Gelre (1181-1207).

Veel Gelderse steden (waaronder Arnhem, Doesburg, Doetinchem, Harderwijk, Lochem en Hattem) ontleenden hun later verleende stadsrechten aan die van Zutphen.
De stad werd ommuurd in de 13e eeuw en uitgebreid met de in de 13e eeuw door de graaf gestichte Nieuwstad. In 1284 en 1336 vonden in Zutphen grote stadsbranden plaats.
Dit had tot gevolg dat de rijke stad in snel tempo 'versteende'. Huizen werden met stedelijke subsidies in baksteen gebouwd.
Vele tientallen huizen dateren nog van kelder tot kap uit de 14e eeuw. Zutphens gouden eeuw was de 14e eeuw. Zutphen werd de hoofdstad van de Graafschap Zutphen.
De stad nam onder meer deel aan de Oostzeehandel, was vanaf de 13e eeuw lid van de Hanze en had meerdere handelsfactorijen aan de Sont. In de Rijnhandel was de stad zeer actief dankzij diverse tolvrijheden.