By AWeb Design
Veemarkt in zutphen
zutphen - Eeuwenlang heeft zutphen een bloeiende veemarkt gehad. De restanten van de laatste zijn nog te vinden op de Houtwal naast het politiebureau. Deel 1 van een tweeluik in de serie over het plaatselijke marktleven door de jaren heen.Tot het eind van de negentiende eeuw werd bijkans overal in de stad een veemarkt gehouden. Zo blijkt in 1766 bij een vernieuwing van de Houtmarkt, dat die naar de Nieuwstad verplaatst moet worden. Dat is geen succes. Het is er te klein en dat geeft allerhande nadelen. De kooplieden willen terug, maar de raad besluit de dat jaar nog te houden markten te verplaatsen naar de ‘Plantage’, tussen de Laar- en Hospitaalpoort, de huidige Boompjeswal. Ook dat blijkt geen vaste plaats, want men probeert het ook nog op de Schupstoel, voordat toch weer wordt teruggekeerd naar de plantage. Op verzoek van de handelaren vinden de paardenmarkten uiteindelijk plaats op de Schupstoel. De ‘magere’ veemarkt krijgt een plek in de Laarstraat, waar, zo denkt men, ruimte genoeg is zonder de doorgang te belemmeren. Langs de huizenkant moeten dan palen geplaatst worden met touwen. Maar het blijkt toch te klein en er wordt opnieuw uitgeweken.
In 1797 breekt een veeziekte uit en worden alle veemarkten in de provincie verboden. Pas in november 1798 is er weer markt en die heeft weer plaats op de Houtmarkt. In 1801 worden in totaal 3325 en in 1805 4170 stuks vee aangevoerd. De groei zit er goed in. In 1852 is er tijdens veertien markten handel in 5288 runderen, 3894 schapen, 4371 varkens en 178 paarden. Maar een vaste lokatie is er nog steeds niet. In 1871 zijn ze ondermeer op het ’s Gravenhof en de Paardenwal. In februari 1877 klaagt het schoolbestuur van de bijzondere Christelijke school op de Paardenwal over het gevaar waaraan de kinderen tijdens de veemarkten zijn blootgesteld. In 1882 vraagt de Kamer van Koophandel met succes om een vette varkensmarkt te houden op het Broederenkerkplein.
Veehandelaar N. Schwarz oppert twee jaar later met de Havenstraat een vaste plaats voor de steeds toenemende bloei van de Zutphense veemarkt. Voor de veiligheid is het belangrijk om dichter bij het spoor te zitten. Ook speelt mee dat veel Belgische kooplieden naar zutphen komen. De transportkosten bedragen 20 guldens per veewagen minder dan vanuit Zwolle. Op 5 mei 1884 wijst de gemeenteraad het einde van de Noorderhaven aan voor een echte veemarkt. Maar niet iedereen is gelukkig, zo blijkt volgende maand in deel 2...
Bron: Zutphense Koerier 2 en 13 april 2011
Door A.C.H. ter Hoek
