By AWeb Design
Stoomhappen op de houten spoorbrug
zutphen - Vissen bij het 'bloedgat' of 'stoom happen' op het spoor. De ogen van Gerrie Willemsen schitteren als ze over haar jeugdjaren op de Voormars vertelt, globaal het bedrijventerreingebied met het kleine woonwijkje tussen Nuon, de Hermesweg en het spoor. Daar werd ze 64 jaar geleden in de (huidige) Elshorststraat geboren en als Gerrie Heuvelink bij de burgerlijke stand ingeschreven.
Een klein jaar terug kwam die belangstelling voor haar geboortewijk helemaal terug toen ze bezig was met materiaal verzamelen voor het boek over De Mars dat in 2010 moet verschijnen. Ze had toen contact met oud-buurtbewoner Henk Woudstra, die haar een week later een brief stuurde met de vraag of het leuk zou zijn om eens een reünie van Voormarsbewoners te organiseren.
Ze wist dat het haar heel veel tijd zou gaan kosten om de namen bij elkaar te krijgen, maar ze pakte het toch op.
Op goed geluk zocht ze in het telefoonboek naar namen van mensen die vroeger op de Voormars woonden. " Ik vond bijvoorbeeld een G.J. van Engelen, die dezelfde voorletters had als de Van Engelen die er vroeger woonde. Die kon me weer doorverwijzen. Via mond-tot-mondreclame kreeg ik weer andere adressen bijvoorbeeld van de familie Van Lier. Die komen met vier personen. Een van hen, Frank van Lier, komt speciaal uit Frankrijk over. Hij doet op 1 oktober zijn camping dicht en reist direct door naar Nederland. Maar we hebben ook iemand uit Heidelberg en zelfs Spanje. In totaal komen er 138 mensen naar de reünie. Fantastisch toch? Daar zijn buurtbewoners bij die elkaar vijftig jaar niet gezien hebben.''
Op de reünie lopen ook drie leden van de Historische Vereniging zutphen rond. Ze verzamelen daar anekdotes voor het boek over De Mars. Gerrie heeft er zelf ook heel wat paraat.
Bijvoorbeeld over het 'bloedgat'. Dat was in de punt van de toen nog niet gedempte Noorderhaven waar het abattoir (slachthuis) zijn slachtafval loosde. Het water kleurde daar rood van het bloed. Het leverde vooral zomers veel stank op. Maar op dat afval kwamen ook veel vissen af. "De jongens gingen juist daar vissen. Daar ving je het meest.'' Dat hoorde ze laatst ook nog van Sjors Spee en Henk Pietersen, die daar op een woonboot woonden. " Water haalden ze bij de pomp bij de ophaalbrug. Daar heb ik nog een foto van. Zij komen zaterdag ook.''
'Stoom happen' is ook zo'n anekdote. Als kind was Gerrie gefascineerd van de rook en stoom uitbrakende locs op het spoor. Ze zag ze als ze via de houten voetgangersbrug over het spoor naar school op de Leeuweriklaan ging. "Als er net een stoomloc aan kwam, gingen we op de brug staan en dan ging die rokende loc onder ons door.''
De 'witte huizen' aan de Marsweg kan ze zich ook nog herinneren. Daar is nu nog het witte verenigingsgebouwtje van over. Daar werd vroeger onder andere de zondagsschool gehouden en kwam de Vrouwenbond bijeen De bekende architect Van Tijen ontwierp het 'witte dorp', dat voor het Reesinkpersoneel was bestemd. Dat personeel was er echter niet gek op en omschreef de bouwstijl als 'paardenstallen' zoals in het boek over de geschiedenis van Reesink wordt gemeld. Het 'hofje' is in 1970 weer gesloopt.
Gerrie herinnert zich dat ook toen al De Mars als woongebied een slechte naam had. " We praatten daar dialect, dat vonden de 'stadsen' aan de andere kant van het spoor maar niets. Maar het was een keurige wijk met allemaal hardwerkende mensen.''
