By AWeb Design
Staatsen geen haar beter dan Spanjolen
door Henk Waninge. donderdag 20 augustus 2009

Rechts: Gravure uit 1588 van de inname van zutphen in 1572. De afbeelding is in spiegelbeeld. De Spanjaarden vielen vanuit het noorden de stad binnen en de Walburgiskerk staat in het zuiden. Dat is topografisch onjuist, maar in spiegelbeeld klopt de voorstelling. Onder: De Spaanse Poort
VUELTA BIJLAGE - zutphen ontvangt de Spaanse wielerarmada met open armen. Dat was in 1572 wel even anders. De Spanjolen waren niet welkom. En dat valt te begrijpen want ze hadden weinig goeds in de zin. zutphen is niet compleet uitgemoord en verwoest, zoals geschiedenisboekjes ons willen doen geloven. Wel hebben ze er flink huisgehouden.
Overigens waren de Staatsen, de ‘goede’ geuzen, geen haar beter, want in hetzelfde jaar zaaiden ze dood en verderf in de stad. „Priesters werden vermoord, nonnen verkracht en kerken verwoest.” Die vuile Spanjaarden. Waar ze de gore lef vandaan haalden. zutphen uitgemoord in 1572. Even later onderging Naarden eenzelfde lot.
Ademloos en met rode oortjes luisterden we naar hoofdonderwijzer, die prachtig kon vertellen. De verontwaardiging in de klas was groot.
De wereld zag er nog overzichtelijk uit. Wij, Hollanders, geuzen waren de goeien, zij, Spanjolen de slechteriken. Later ontdek je dat het toch allemaal wat genuanceerder ligt. Dat de geschiedenis door overwinnaars wordt geschreven. Dat de waarheid ergens in het midden ligt. Dat er veel grijs tussen wit en zwart is.
"zutphen is niet compleet uitgemoord. Wel zijn er enkele honderden mannen over de kling gejaagd. Opgehangen, doodgeschoten, onder het ijs geschoven. Ook is de stad niet volledig verwoest. Het bewijs hiervoor zijn de vele panden in het centrum, die van voor 1572 dateren."
Dat zegt Michel Groothedde, de Zutphense stadsarcheoloog, een wandelende encyclopedie. Aan de hand van diverse voorbeelden maakt hij duidelijk dat mijn kennis en beeldvorming van de vaderlandse geschiedenis nodig toe zijn aan een herijking.
Zo werd de inname van zutphen door de Spaanse soldaten in datzelfde jaar vooraf gegaan door een andere belegering en inname van de stad, waarbij de Staatsen, ofwel die 'goeie' geuzen onder leiding van Willem van den Bergh dood en verderf zaaiden in de stad. "Priesters werden vermoord, nonnen verkracht en kerken verwoest. Wel waren ze zo slim om tijdens de vernieling van de kerken en kloosters het lood uit de kerkramen te slopen, want die hadden ze nodig voor het gieten van musketkogels. Prachtige laatmiddeleeuwse gebrandschilderde ramen gingen zo verloren."
Daarover stond geen letter in de geschiedenisboekjes, net zo min als over de negentien martelaren van Gorkum, priesters die - ook al weer in 1572 - door de Watergeuzen werden opgehangen. Groothedde: "De opgetekende verhalen over de Tachtigjarige Oorlog zijn sterk Hollands en calvinistisch gekleurd. Dat beeld - de Spanjaarden waren de vijand, dus fout - is hardnekkig en heeft eeuwenlang bestaan. Pas in de vorige eeuw komt hierin een kentering. Zo verscheen er in de jaren dertig een boekje, waarin de geschiedenis van zutphen door een katholieke bril wordt geschreven. Dan krijg je een heel ander beeld. Ook vertekend natuurlijk, maar niet geheel onwaar."
Met Alva is Philips II het vleesgeworden kwaad in de Tachtigjarige Oorlog. Laat nu die vreselijke Philips in 1568 een aanzienlijke som geld hebben geschonken voor de stichting van het Burgerweeshuis op 's Gravenhof, het huidige Eden Hotel. Het casco en de kap dateren nog uit dat jaar. Ook heeft Philips in 1573 een ontwerp laten maken en uitvoeren voor de nieuwe gebrandschilderde ramen van het koor van de St. Walburgiskerk.
Maar de allerchristelijkste koning Philips was toch ook en met name die wrede despoot, die vond dat er in het opstandige zutphen een voorbeeld gesteld moest worden? Ook nu weer komt Groothedde met een nuancering: "Jazeker, maar vanuit zijn gezichtspunt was die moordpartij begrijpelijk. Voor het toen geldende oorlogsrecht stond Philips in zijn recht. Een volk dat het zwaard opheft tegen haar vorst pleegt hoogverraad. En dat werd in die tijd zeer streng gestraft."
En zo kon het gebeuren dat Don Frederik van Toledo, zoon van Alva, via Bergen (Mons), Mechelen op een koude novemberdag voor de poorten van zutphen stond. Van Toledo was voorzien van een overzichtelijke plattegrond van Jacob van Deventer, de Rembrandt onder de cartografen in die tijd. De Spanjaarden vielen de stad aan via de noordzijde, het droge terrein leende zich bij uitstek voor de plaatsing van hun kanonnen. Terwijl de schepenen (stadsbestuurders) nog meenden over de overgave te kunnen onderhandelen, vielen de Spanjaarden via de Nieuwstadspoort de stad binnen. De verdediging was totaal niet opgewassen tegen de slagkracht van het leger en het, voor die dagen, moderne geschut.
De Spanjaarden zouden niet lang de baas blijven in zutphen. Uiteindelijk werd de Hanzestad, na een lange en bloedige periode van innames en belegeringen (1583, 1584, 1586-87) over en weer, in 1591 ingenomen door prins Maurits en de Staatse legers. De Spaanse dreiging van een herovering bleef evenwel, de ommelanden, tot Groenlo en Oldenzaal, bleven tot in de jaren twintig van de 17e eeuw Spaans.
Ruim vier eeuwen later komen de Spanjaarden weer. Maar nu per fiets en met vredelievende bedoelingen.
Groothedde zou een Spaanse delegatie graag leiden naar de plaats waar hun voorouders onder leiding van Parma een klinkende overwinning boekten. Dat gebeurde in 1586 tussen het in 1572 (door de Staatsen!) verwoeste Franciscaner klooster aan de Warnsveldseweg en de kerk van Warnsveld. Die slag, waarbij de Spanjaarden het Engelse leger onder leiding van de Graaf van Leicester in de pan hakten, staat in Engeland bekend als The Battle of Zutphen.
Ook dit is weer een voorbeeld van een gekleurde geschiedschrijving. Want wij kennen de slag vooral van het dappere optreden van Sir Philip Sidney. Als een van de bevelhebbers van het Engelse leger was hij de Republiek te hulp gekomen. Tijdens de Battle of Zutphen raakte hij dodelijk gewond nabij de Berkel. Het verhaal gaat dat de zwaargewonde Sidney, ondanks zijn dorst, zijn water afstond aan een eveneens zwaargewonde soldaat ('Zijn nood is nog groter dan die van mij').
Spaanse Poort, Spanjaardsveld, de Sydneymonumenten aan de Coehoornsingel en Warnsveldseweg, het zijn tastbare herinneringen aan de Zutphense rampjaren. En in de oostmuur van de Walburgiskerk bevindt zich nog een kogel, die daar sinds 1584 zit. Maar of die daar origineel zit, of die afgevuurd werd door de Engelsen, Staatsen of de Spanjaarden, nee, dat is niet duidelijk
