By AWeb Design
Graafwerk toont verlanding van IJssel
door Henk Brummelman.
woensdag 29 oktober 2008
zutphen - De Archeologische Dienst van de gemeente zutphen was totaal verrast toen ze vorige week het telefoontje kreeg dat bij graafwerk voor het trekken van kabels in de uiterwaarden de fundering van de middeleeuwse IJsselbrug was blootgelegd.
Stadsarcheoloog Michel Groothedde: "We wisten natuurlijk dat daar het tracé van die middeleeuwse IJsselbrug liep. Er is zelfs een oude prent van. Maar we dachten dat de kabelbuizen daar ver onderdoor zouden gaan. We wisten niet dat er twee tunnels gegraven zouden worden die in de uiterwaarden aan elkaar geknoopt moesten worden."
De kabeltrekkers informeerden de gemeente wel direct toen ze bij het graven van de put waar de kabelbuizen 'gelast' werden, op twee meter diepte, zware eikenhouten palen van wel zes meter lengte ontdekten.
Voor de Archeologische Dienst was het meteen alle hens aan dek. Ze wilden zich de kans niet laten ontnemen om informatie over dat gebied in kaart te brengen. En daarvoor hadden ze twee dagen de tijd. Daarna ging de put weer dicht.
Daar hoorde ook nog inspectie van de sleuf bij die in 'dagbouw' richting Spoordijkstraat werd gegraven. Voor deze goedkopere oplossing was op het laatste moment gekozen om mogelijke kapitaalvernietiging te voorkomen. Dit kan het geval zijn als binnen een paar jaar het graven van een dure buizentunnel opnieuw gedaan moeten worden als de eventuele komst van de nevengeul doorgaat. Het graven van die geul is nodig als de maatregelen voor de IJsselsprong doorgaan. In dat geval moet er alsnog een nieuwe, veel diepere tunnel voor die kabels worden gegraven.
Groothedde heeft heel wat geschiedkundige informatie over de oude oeververbinding en de nevenstroom paraat. Aan het begin van de vijftiende eeuw was de IJssel bij zutphen nog een brede, snelstromende rivier. Dat veranderde geleidelijk toen na de Elisabethsvloed (1421) benedenstrooms van de Waal/Lek de waterhuishouding flink veranderde er minder belemmeringen waren voor de afvoer van het water. Daardoor ging er minder water door de IJssel die daardoor verlandde en steeds minder goed bevaarbaar werd.
De scheepvaart liep terug en de oost-west-handel (over land) nam toe. Voor die handel waren vaste oversteken belangrijk. Groothedde: "Deventer had in 1482 een brug gekregen. zutphen wilde er ook een en kreeg die drie jaar later. Deze werd in 1572 door de Spanjaarden verwoest tijdens de belegering van de stad. Voor zutphen volgden toen die beroerde oorlogsjaren. Pas in 1604 kreeg de stad weer toestemming voor een nieuwe brug."
Die brug bestond uit twee gedeeltes. Aan de Hovense kant werd dat een vaste brug op palen. Die vormde de verbinding met de amandelvormige middelwaard tussen de hoofdstroom en de minder diepe nevenstroom. Daar sloot een schipbrug op aan die over het bevaarbare gedeelte aan de stadskant werd gelegd. De Brugstraat sloot in de Middeleeuwen aan op die oeververbindingen.
De nu gegraven sleuf volgt de fundering van die brug. Groothedde: ,,De kabelbuizen zijn precies tussen de palen doorgelegd. De palen konden zonder schade worden vrijgegraven." Het leverde de Zutphense archeologen een schat aan informatie op. Bovendien is het een goede voorbereiding op de onderzoeken die nodig zijn als in het kader van de IJsselsprong de middeleeuwse nevengeul in ere wordt hersteld. Een van de belangrijkste ontdekkingen is de informatie over het dichtslibben van die vijftiende-eeuwse nevenstroom aan de Hovense kant. "De zes meter lange palen zitten in een klei-pakket van 3,5 meter dikte." Volgens Groothedde het bewijs dat die nevenstroom in vrij korte tijd is verland. Hoe oud de palen zijn moet de koolstof-proef bewijzen.
Bron: De Stentor
De kabeltrekkers informeerden de gemeente wel direct toen ze bij het graven van de put waar de kabelbuizen 'gelast' werden, op twee meter diepte, zware eikenhouten palen van wel zes meter lengte ontdekten.
Voor de Archeologische Dienst was het meteen alle hens aan dek. Ze wilden zich de kans niet laten ontnemen om informatie over dat gebied in kaart te brengen. En daarvoor hadden ze twee dagen de tijd. Daarna ging de put weer dicht.
Daar hoorde ook nog inspectie van de sleuf bij die in 'dagbouw' richting Spoordijkstraat werd gegraven. Voor deze goedkopere oplossing was op het laatste moment gekozen om mogelijke kapitaalvernietiging te voorkomen. Dit kan het geval zijn als binnen een paar jaar het graven van een dure buizentunnel opnieuw gedaan moeten worden als de eventuele komst van de nevengeul doorgaat. Het graven van die geul is nodig als de maatregelen voor de IJsselsprong doorgaan. In dat geval moet er alsnog een nieuwe, veel diepere tunnel voor die kabels worden gegraven.
Groothedde heeft heel wat geschiedkundige informatie over de oude oeververbinding en de nevenstroom paraat. Aan het begin van de vijftiende eeuw was de IJssel bij zutphen nog een brede, snelstromende rivier. Dat veranderde geleidelijk toen na de Elisabethsvloed (1421) benedenstrooms van de Waal/Lek de waterhuishouding flink veranderde er minder belemmeringen waren voor de afvoer van het water. Daardoor ging er minder water door de IJssel die daardoor verlandde en steeds minder goed bevaarbaar werd.
De scheepvaart liep terug en de oost-west-handel (over land) nam toe. Voor die handel waren vaste oversteken belangrijk. Groothedde: "Deventer had in 1482 een brug gekregen. zutphen wilde er ook een en kreeg die drie jaar later. Deze werd in 1572 door de Spanjaarden verwoest tijdens de belegering van de stad. Voor zutphen volgden toen die beroerde oorlogsjaren. Pas in 1604 kreeg de stad weer toestemming voor een nieuwe brug."
Die brug bestond uit twee gedeeltes. Aan de Hovense kant werd dat een vaste brug op palen. Die vormde de verbinding met de amandelvormige middelwaard tussen de hoofdstroom en de minder diepe nevenstroom. Daar sloot een schipbrug op aan die over het bevaarbare gedeelte aan de stadskant werd gelegd. De Brugstraat sloot in de Middeleeuwen aan op die oeververbindingen.
De nu gegraven sleuf volgt de fundering van die brug. Groothedde: ,,De kabelbuizen zijn precies tussen de palen doorgelegd. De palen konden zonder schade worden vrijgegraven." Het leverde de Zutphense archeologen een schat aan informatie op. Bovendien is het een goede voorbereiding op de onderzoeken die nodig zijn als in het kader van de IJsselsprong de middeleeuwse nevengeul in ere wordt hersteld. Een van de belangrijkste ontdekkingen is de informatie over het dichtslibben van die vijftiende-eeuwse nevenstroom aan de Hovense kant. "De zes meter lange palen zitten in een klei-pakket van 3,5 meter dikte." Volgens Groothedde het bewijs dat die nevenstroom in vrij korte tijd is verland. Hoe oud de palen zijn moet de koolstof-proef bewijzen.
Bron: De Stentor
