Vestingwerken
De Hofjes
Justitiestad
Archologie
Bezoekersinfo
Leden : 91
Artikelen : 276
Weblinks : 2
Artikelen bekeken hits : 212986

By AWeb Design

Home Kerken

Kerken

Synagoge

KER-SYN-01









De Synagoge

Al in de middeleeuwen bestond er in zutphen een kleine joodse gemeenschap. Aan het eind van de achttiende begin negentiende eeuw nam het aantal Joodse inwoners van zutphen sterk toe omdat iedereen zich toen vrij kon vestigen en was er sprake van een volwaardige joodse gemeenschap. In 1795 was "De verklaring der Rechten van den Mensch en van den Burger"afgegeven. Dat betekende dat de joden een verlossing van de discriminatie die ze daarvoor ook in zutphen hadden moeten doormaken. In 1798 woonden er in zutphen tussen de 50 en 60 joden waarvan velen afkomstig waren uit Duitsland. In de stad wonend hielden velen van hen zich bezig met handel of waren slager. Ook de welvaart onder de joodse Zutphenaren nam sterk toe: als gevolg van de afschaffing van gilden waren zijn niet gebonden aan de uitoefening van een beperkt aantal beroepen. In 1798 kocht de groeiende joodse gemeenschap 


KER-SYN-02



























(Asser Levie en Simon Jacob Vles) ‘huis en wheere binnen zutphen op de Nieuwstad op het plein bij de Eekmole, uitkomende achter het huis van de Comparanten’ voor het houden van hun bijeenkomsten. Simon Jacob Vles is later tot kerkmeester aangesteld. De gemeente had in 1808 al 100 leden en besloot 'tot aanschaffing van eene Nieuwe Synagoge'. In 1814 kreeg zutphen de eerste echte synagoge 'op de Plaats agter het huis in de Turfstraat van ouds genaamd de Star' met een ingang aan de Rosmolensteeg. welke grotendeels gebouwd werd met materiaal van de afgebroken sjoel op de Nieuwstad. Toen in 1875 de joodse gemeente verder gegroeid was tot 600 lidmaten kocht de joodse gemeente een kapitaal huis aan de Halterstraat, het zogenaamde Hof van Flodorf, dat vele jaren dienst had gedaan als verenigingsgebouw. Architect D. Leijsen bouwde 1878/1879 in de tuin de tweede synagoge van zutphen. De eerste steen van de nieuwe synagoge werd gemetseld op 17 juli 1878 en op 15 augustus 1879 werd deze met een feestelijke dienst ingewijd. Dagelijks werden er drie diensten gehouden.

'De heilige ark werd door den heet Tal geopend en terwijl het koor een lied aanhief vertoonde zich het inwendige aan ieders oog. Tegen een hemelsblauwe achtergrond met sterren bezaaid, zouden de Wetsrollen worden aangezet', aldus een verslag uit die tijd.KER-SYN-03

De synagoge aan de Dieserstraat werd in 1879 omschreven als 'eenvoudig en toch netjes, aan het doel beantwoordend waarvoor het is opgericht'. Omstreeks 1922 is het interieur verfraaid en van elektrisch licht voorzien. Het plafond werd blauw geschilderd, het ijzeren ventilatierooster verguld en rondom voorzien van gouden stralen. Muren en kolommen kregen nar mode van die tijd bruine decoratieve vlakken en een zogenaamd Griekse rand.

Een monumentaal gebouw, een bloeiende joodse gemeente: in 1939, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog kon met niet vermoeden dat 6 jaar later de gemeente tot minder dan 50 leden was gedecimeerd. In 1930 telde zij nog 476 personen (2,4 % van de totale bevolking) na afloop van de oorlog slechts 60 en enkele jaren later waren dat er nog maar 30. In 1960 was 0,2 % van de Zutphense bevolking joods.

Na de oorlog in 1947werd besloten om het Synagoge gebouw te verkopen omdat deze eens zo sterke gemeenschap niet meer in staat waren een dergelijk kostbaar gebouw te herstellen en te onderhouden.

Het gebouw werd verkocht en er vestigde zich een machinefabriek in die werkte met roestvrij staal: S.A.B. genoemd (speciaal apparaten bouw). Ter hoogte van de vroegere vrouwengalerij werd een betonnen vloer aangelegd. Tot er in het begin van de jaren 70 er een wet kwam, die niet langer toestond dat industriepanden zich in de binnensteden bevonden.
In de jaren zeventig kwam de synagoge leeg te staan en in 1976 kocht de gemeente het pand met als doel het te slopen en hiervoor in de plaats woningbouw te plegen. Protesten vanuit de Zutphense bevolking schoven die plannen van tafel. Een Stichting tot Behoud Synagoge zutphen beijverde zich dit te voorkomen,men wilde het voormalige Synagoge gebouw terugkopen van de Gemeente zutphen voor restauratie. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg plaatste de Synagoge op de voorlopige monumentenlijst en hiermee werd sloop voorkomen. Met uiterste financiële krachtsinspanning van begunstigers, fondsen en overheden werd een droom werkelijkheid: In 1982 werd de synagoge aangekocht van de gemeente en vervolgens overgedragen aan de SOGK, de synagoge bleef.

Op 15 december 1985 – op de achtste dag van het Chanoekafeest – werden de lichten in de herbouwde sjoel ontstoken en sindsdien gebruikt de joodse gemeente de bovenverdieping weer voor diensten en lessen.

Bronnen:
brochure Stichting behoud Synagoge.
Laansma ‘De Joodse Gemeente van zutphen
J.A.M.M. Janssen, Zutphen in de maalstroom der kerkgeschiedenis. In: Geschiedenis van Zutphen. Zutphen, Walburg Pers, 1989, p. 278.
Hans Kooger, Het oude volk. Kroniek van joods leven on de Achterhoek, Liemers en het grensgebied. Doetinchem, Staring Instituut/Mr. H.J. Steenbergenstichting, 2001, p. 270 e.v.

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

Lutherse kerk

KER-luther-09De Lutherse kerk

Al in 1530 zijn er binnen de stadsgrenzen van zutphen Lutheranen. Er zijn helaas geen namen van hen bekend en gaan door het ontbreken hiervan onder in anonimiteit. In het voorjaar van 1693 kreeg de kerkenraad van de lutherse kerk in zutphen, die toen al een tiental jaren bestond, toestemming van de magistraat om in de Beukerstraat een boerderij aan te kopen en te verbouwen tot kerkgebouw.

 

 

 

KER-luther-15Een jaar later - de verbouwing werd wat vertraagd door een strenge winter, kon de kerk feestelijk in gebruik genomen worden. De vroegere stadsboerderij was niet zo groot als de huidige kerkzaal. Daarom werd aan de achterzijde van het gebouw een stuk binnenplaats opgeofferd ten behoeve van de kerk. Daar ontstond ook ruimte voor de kosterij, de 'ambtswoning' van de koster. In de zolder van de huidige kosterij is nog duidelijk te zien hoe destijds dat pand ingeklemd stond tussen en leunend tegen de bebouwing van de Beukerstraat.


KER-luther-17De huidige gevel van de kosterij is van de jaren '30 en dus betrekkelijk recent. Eigenlijk veranderde er in de loop van de vele jaren niet veel. Er was aanvankelijk een kleiner kerkgebouw, een deel van die ruimte was pastorie, maar toen de predikant elders in de stad prettiger woonruimte had gevonden, stond de straatzijde leeg. Toch was de kerk groot genoeg, al telde de gemeente honderden leden. De meesten waren militair en lagen in garnizoen in zutphen. Het leger maakte in de 17e eeuw veel gebruik van huursoldaten. Die kwamen voor een belangrijk gedeelte uit Duitsland, en in dat land was men in hoofdzaak luthers georiënteerd. De aanwezigheid van het garnizoen verklaart overigens waarom de lutherse religie werd getolereerd en waarom er in Doesburg, Deventer en andere stadjes langs de IJssel lutherse kerken ontstonden: het waren doorgaans garnizoenssteden.

En toen het orgel.
KER-luther-10

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het interieur van de kerk werd na het vertrek van de predikant fors veranderd. Op de bovenste verdieping werd, wat jaren na die verhuizing, een orgel geplaatst. Tweedehands. Dit instrument zorgde voor de nodige problemen. Regelmatig moest eraan gesleuteld worden. Rond 1800 was de maat vol, maar toch duurde het nog tot 1828 eer opdracht gegeven werd aan de firma Lohman om een geheel nieuw orgel te bouwen. Drie jaar later - dat had te maken met het niet zo vlot betalen van de termijnen - kon het orgel in gebruik genomen worden. Het werd een "cieraad" voor de kerk genoemd, en dat was het ook. Lange tijd ging het goed, er kwam een kleinigheid bij, er werd wat vernieuwd, maar vanaf het begin van deze eeuw was het orgel opnieuw zorgenkind van de kerkenraad. Nu, in 1998, is na een grondige restauratie van het orgel door de Gebroeders Reil weer wat het vroeger was: een sieraad voor de kerk, al is het, net als de preekstoel, die uit de 18e eeuw dateert, net wat te fors voor dat kerkje. Maar bij de bouw van het orgel had men nog rekening te houden met zittende kerkgangers beneden en staande kerkgangers (soldaten en dienstmeiden) boven.

Ondernemend.
Van lieverlee veranderden de gemeenteleden van militair naar ondernemer. De burgers die lid waren van de gemeente kregen de overhand. Het werd de tijd van Thieme en Kretschmer, van Wansleven en Volkertsz. Namen die terug te vinden zijn in het zakenleven van zutphen uit de tweede helft van de 18e eeuw en in de hele 19e eeuw. Daarbij moet dan nog de naam Wöhrmann genoemd worden. Opvallend detail is dat veel vooraanstaande lutheranen zich bezig hielden met het drukkers- en uitgeversvak. Maar ook de wijnhandelaren waren in meerderheid luthers. Jarenlang werd de kelder onder de kerk verhuurd als wijnkelder. Deze bleek uitstekend geschikt te zijn om wijn in te bewaren.

Het Luthers Hofje.
luth-03Typerend voor het midden van de vorige eeuw had ook de lutherse gemeente wat geregeld voor de armenzorg: een eigen 'gesticht' op de Nieuwstad. Het bleek de diakonie voor de wind te gaan, al gauw werd blij gemeld dat men winst maakte! Dat was weliswaar niet de bedoeling van de diakonie, maar doelmatigheid in het beheer van de uit te geven gelden bleek een goede zet. Bovendien was men áf van de bemoeienis van de hervormden met de lutherse armlastigen (men had de armenzorg lange tijd uitbesteed aan de Hervormde Gemeente). Om te voorkomen dat bewoners van het hofje (diep) in het glaasje zouden kijken, werd de ene kroeg na de andere in de onmiddellijke nabijheid van het hofje opgekocht en verbouwd tot woonhuis. Zo ontstond een schil om het oorspronkelijke hofje (uit 1851) en was er sprake van een grote concentratie van bedeling. zutphen kende in die tijd heel veel 'vergunninghouders' en het geestrijk vocht kon in meer dan 100 gelagkamers, of wat daarvoor moest doorgaan, stromen. Op de Nieuwstad werd echter paal en perk gesteld aan deze gewoonte. De Woningwet gooide in de jaren '20 wat roet in het eten, en latere wijzigingen van die wet deden dat opnieuw. Steeds moesten de kleine woninkjes worden vergroot. In de jaren '70 werd een groot renovatie- of rehabilitatieplan uitgevoerd. Helaas kelderde de woningmarkt en het voornemen van de kerkenraad om de restauratie te bekostigen door een deel van de woningen te verkopen na restauratie kon niet doorgaan. De aannemer ging failliet en de kerk moest het totale complex verkopen om geen schade te lijden aan dit project.

De kerk nu.
Luth_zwanIn de Korte Beukerstraat staan een paar winkelpandjes, nog steeds eigendom van de kerk, net als de pastorie elders in de stad. Een dominee woont er niet; alles is verhuurd. De kosterij is intussen omgevormd tot Gemeentecentrum. De kerk telt nog geen 100 leden. Wat naar de kerk komt, de vergrijzing slaat ook hier toe, past ruimschoots in de kerkruimte. Vandaag de dag wordt samengewerkt binnen de Raad van Kerken en er is een voorzichtig begin gemaakt met het proces van Samen-op-Weg met de hervormden en gereformeerden. Wie buitenstaander is moet zich niet te veel voorstellen van deze samenwerking, maar het komt op gang. Lutheranen willen graag hun identiteit behouden. Dat ligt gevoelig. Maar wat is dat?

De loop van de geschiedenis laat zo mooi zien wat lutheranen in zutphen zijn: groot in het kleine en een enkele keer klein in het grote, en soms is het weer precies omgekeerd. De kerk in de Beukerstraat is vooral een open kerk, die uitnodigend is bij middagpauzediensten en op zondagmorgen, en wanneer er cursussen zijn, lezingen en zang- en muziekavonden.

Tekst J. Riemens

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

Kaarsenkroon

KER-WB-grafkroon-02

In het koor direct zichtbaar bij binnenkomst hangt majestueus de eeuwenoude kaarsenkroon. Dit is niet haar oorspronkelijke plek en ook niet haar oorspronkelijke uiterlijk. De kroon heeft een hele geschiedenis achter zich. Niet alleen qua uiterlijke veranderingen maar ook wat functie en plaats in de kerk aangaat.

Luchter, grafkroon, kerkkroon, lichtkroon, en meest recentelijk kaarsenkroon, zijn namen waaronder de kroon in de loop der eeuwen bekend stond.

Ze werd (vermoedelijk) rond 1400 opgehangen bij het cerntrale altaar op het laagkoor, het Heilig Kruisaltaar. Een periode waarin de kerk nog in gebruik was voor de katholieke eredienst. Na 1591 ging de kerk over in protestantse handen en verloor de kroon haar lithurgische functie. 

De twee graftambes van het huis Gelre stonden dicht bij de kroon. Alhoewel er geen relatie tussen beide was werd de kroon toch vaak in één adem met de graftombes genoemd. Deze combinatie leverde nog een groot gevaar voor haar bestaan op toe in 1795 de Zutphese bevolking alles wat naar adel riekte in de kerk trachtte uit te bannen. Herenbanken, wapens in grafstenen, grafmonumenten en de tombes van Gelre werden zo goed al mogelijk uitgewist. De kroon bleef gelukkig ongemoeid. 

De kroon bestaat uit drie lagen en is opgebouwd uit platte staven en stangen van smeedijzer, die met elkaar zijn verbonden door midel van pen-en-gatverbindingen. De twaalfhoekige onderrond heeft een middellijn van 2,5 meter en de hoogte van het geheel bedraagt 2,37 m. Het ijzer waaruit de Walburgiskroon is gesmeed bevat een heel hoog koolstof- en fosforgehalte wat betekent dat het héél oud ijzer is en stamt uit een periode waaruit weing smeedwerk meer is overgebleven.

Slecht onderhoud en modernisering:

Had de kaarsenkroon een aanval van de Zutphense bevolking overleefd toe kwam echter verval door slecht onderhoud. De kroon werd in de Zuiderkapel opgehangen en de verf begon te bladderen. De sierkettingen rond de ophangketting waren verdwenen. De roest deed verder haar werk.
In 1856 ondergaat de kroon een modernisering. en opknapbeurt. De kaarsenhouders worden vervangen door petroleumlampen, die in 1867 alweer worden vervangen door gaslampen. Een deel van het binnenwerk van de kroon wordt verwijderd om plaats te maken voor een gaspijp. Als kort daarna elektra mogelijk in opkomst is wordt dit niet toegepast op de kroon. Vanaf 1906/1907 is de kroon onverlicht.

Na de Tweede Wereldoorlog is het besef ontstaan dat de Walburgiskerk een unieke kroon bezit die haar weerga in Europa niet kent. De op dat moment weer hevig verroeste kroon wordt voor een 'restauratiebeurt' door de edelsmeden van de firma Brom onder handen genomen. Monumentenzorg wordt erbij betrokken en de smeden gaan aan de slag maar mogen ondanks hun protest de laatste oude verfresten niet redden. Hij wordt blank geschuurd en zo verdwijnen de oude sporen van rood, groen, wit, de vleeskleur inkarnaat en haar goudsporen.

Oorspronkelijk uiterlijk:

Er zijn geen documenten uit de begintijd van de kaarsenkroon gevonden, echter de figuratiefries in de onderrand geven enig houvast wat de datering aangaat. De twaalf zijden worden met elkaar verbonden door middel van slanke hoektorentjes. De kroon is bedenkt met gebladerte en daartussen bevinden zich een dertigtal vosjes. De onderrand bevat 24 kaarsenhouders, de middenkroon bevat er nog eens twaalf.

In 1792 heeft kunstenaar Weijer een totaaltekening gemaakt en in 1857 wordt de figurenrand apart getekend. Hier let de de tekenaar echter niet goed op de kleding van de afgebeelde persnages en ook een muurdeel ziet hij over het hoofd.  Het uiterlijk wordt beschreven en men herkent jachttaferelen, beelden uit de ridderlijke wereld en vraagt zich af wat eenhooorns in de rand doen. Verder wordt sindsdien aangenomen dat de kroon één deel van de figurenfries heeft verloren. Van veel bladornamenten die de kroon oorspronkelijk bedekten zijn stukken afgebroken. Het bodemrooster bevat gaten die zijn aangebracht in de 19e eeuw om de gaslampen te monteren. In de onderrand zien we een aantal lege plaatsen en in de letterfries naast Maria is een gat te zien. 

  • de onderrand is twaalhoekig en op de hoeken staan 'poorttorentjes';
  • onderaan zijn de namen van Jezus, Maria en apostelen aangebracht;
  • daarboven is een fries te zien met eenhoorns, burchten, jachtscènes, reidand en dieren;
  • de figurenfries was oorspronkelijk polychroon en de rest van de kroon was verguld;
  • op de onderkroon staan vierentwintig, onlangs vernieuwde kaarsenhouders;
  • de kroon is bedekt met bladornamenten;
  • tussen de bladeren bevinden zich dertig vossen;
  • onderin bevindt zich een roosterin de vorm van een roosvenster, waarop oorspronkelijk een versiering was aangebracht die op een boeket bloemen leek;
  • de ophanging is veranderd.

Jeruzalemluchter:

Onderzoek door Aartje Bos -Oskam heeft er toe geleid dat aan de lange rij met namen een nieuwe benaming kunnen toevoegen;
"Jeruzalemluchter", deze vertelt ons de verhalen van de lijdende eenhoorn, van de zoektocht van de valkenier en van de bruidegom en de bruid. Deze eeuwenoude christelijke symbolieklaat ons zelfs zien welek weg pelgrims van de aarde naar het hemelse jeruzalem zal leiden.

Zo hangt in de kloosterkerk van het Duitse Gross Comburg een zeldzaam complete Jeruzalemluchter uit 1104/1139, die iets uitbeeld van najagen en strijden. Deze luchter is eveneens opgebouwd uit twaalf kanten aan elkaar verbonden met torens op de hoekverbindingen. Elke zijde weer voorzien van 4 kaarsen (36 in totaal) net als de luchter in de Walburgiskerk. 

Jeruzalemluchters hebben een aantal vaste kenmerken. Ze hebben de vorm van een kroon (tiara) en is gebaseerd op een twaalfhoek. (het Hemelse Jeruzalem was hier eveneens op gebaseerd). Als fundament werden de namen van de twaalf apostelen aangebracht. 
Zo is na eeuwen van anders denken de 'Grafkroon' in een compleet ander daglicht komen te staan en kunnen we eindelijk de waarheid omtrent haar symboliek beter begrijpen. 

 

Bron: De Kaarsenkroon van de Sint Walburgiskerk, door Aartje Bos-Oskam
Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 

De Broederenkerk

broederenkerkDe Broederenkerk is een van de weinig goed bewaarde kloosterkerken die Nederland rijk is. Rond 1306 - 1307 is de Broederenkerk gebouwd als kloosterkerk van de dominicaner minderenbroeders of 'predikheren'. Deze kloosterorde van bedelmonniken vestigde zich in 1288 in zutphen. Gravin Margaretha van Gelre (echtgenote van graaf Reinoud van Gelre I), schonk in 1293 een voormalig grafelijk terrein om een nieuw klooster te stichten. Een bakstenen grafelijke zaal vormde de oudste kern van het complex. Dit werd het Dormitorium (slaapzaal) waar nu het Stedelijk Museum is gehuisvest. Het Refectorium (eetzaal) uit ca. 1500 is nu het front van het Stedelijk Museum. De kerk zelf is in zuiver gotische stijl in een bouwcampagne rond 1300 tot stand gekomen. Dit in tegenstelling tot veel andere middeleeuwse kerken waaraan gedurende honderden jaren werd verbouwd, uitgebreid en verfraaid. De bedelmonniken en dus ook hun kerk moesten eenvoud en strengheid in geloof uitstralen. De desondanks rijke gewelfschilderingen dateren uit de eerste helft van de 16e eeuw en zijn onlangs bij de laatste restauratie hersteld. 

KER-BROE-int-overzicht2

Er zijn veel familiewapens te zien van de Zutphense stedelijke patriciersfamilies die als 'sponsors' de dominicaner orde steunden.
Het middeleeuwse Dominicanerklooster was het grootste van de twee mannenkloosters in zutphen. Met nog zes vrouwenkloosters bestond de bevolking van zutphen rond 1500 voor vijf procent uit monniken en nonnen. Na de verovering van zutphen door prins Maurits in 1591 werd de kerk in gebruik genomen door de protestanten. (dit net als alle andere kerken in zutphen). Tot 1821 was de kerk het domicilie van de Waalse (Franssprekende) kerk. Hierna werd kwam de kerk weer in handen van de Nederlands Hervormde gemeente.  In 1772 ontwierp de stadsarchitect Wittenberg op de kerk een charmant torentje waarin een klok werd gehangen. Deze poortersklok luidt nog altijd van kwart voor tien tot tien 's-avonds als signaal dat de poorten van de stad gaan sluiten.

In zutphen kende men de tijdsaanduiding van 21.38 uur: "'t is klik veur de Breure''. Het slagmechaniek van het poortersklokje gaf zeven minuten voordat de klok begon te slaan altijd een klik te horen. Het ingangsportaal aan de zuidzijde kwam in 1826 tot stand. Tijdens diverse restauraties kwamen er KER-BROE-int-muurkastgewelfschilderingen aan de oppervlakte, welke momenteel zeer fraai zichtbaar zijn. Deze schilderingen herinneren aan de tijd dat het gebouw onderdeel uitmaakte van het klooster. Veel afbeeldingen van Dominicaanse heiligen en familiewapens van vooraanstaande Zutphense families vormen een fraaie herinnering aan vervlogen tijden.Na jaren van leegstand na 1970 kocht de gemeente zutphen in 1980 het gebouw, waarna de openbare bibliotheek er een bijzonder onderkomen vond. In 2001 werd een grondige restauratie van het kerkgebouw afgerond.

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com
 
Meer artikelen...