By AWeb Design

Home Gevelstenen Het Klompje

Het Klompje

Klompje
Oude wand 53

tekst: M. Groothedde

Het pand is tegen de stadsmuur aangebouwd. In de noordmuur zijn de resten van een steunbeer aanwezig. De zuidmuur staat al ruim een meter ten zuiden van de volgende steunbeer. Deze steunbeer is als fundering onder de zuidelijke kelder aanwezig. De oostmuur is, zoals gezegd, de stadsmuur zelf, maar in de loop van de tijd flink teruggekapt om ruimte te winnen. Het pandje lijkt op grond van het metselwerk en de balklagen in de 18e en 19e eeuw tot stand te zijn gekomen.
In de 18e eeuw komt ook de naam van herberg 't Klompje voor.

Op de kadastrale minuut van 1832 heeft het pandje reeds zijn huidige breedte (Kad. Sectie F 1393). Het pand heeft de breedte van anderhalve muurboog, wat ten opzichte van de middeleeuwse perceelsuitgifte niet logisch is. De middeleeuwse muurhuisjes waren meestal een muurboog breed, van het midden van de steunbeer naar het midden van de volgende en een boog als interieur. Oude Wand 49 en 51 hebben nog altijd deze breedte van een muurboog, wat op een gevelbreedte van twee vensterassen neerkomt.

Oude Wand 53 (drie vensterassen) zou dus naar het zuiden een half perceeltje verbreed zijn. Hierop wijst ook een vondst in de zuidelijke kelder. Van de steunbeerfundering naar de zijmuur met nr. 55 is een beerputje gevonden met een vulling met vondstmateriaal uit de tweede helft van de vijftiende eeuw. De put loopt echter onder de zijmuur door naar Oude Wand 55, vermoedelijk tot aan de volgende steunbeer. Oude Wand 53-55, nu twee huizen, bestaat dus uit drie bogen, corresponderend met drie percelen rond 1500.

Het middelste perceel is opgedoekt ten bate van de uitbreiding van beide andere huizen. De nieuwe woningscheidende
muur tussen 53 en 55 werd over de beerput van het opgedoekte pandje heen gebouwd Bij die gelegenheid kreeg Oude Wand 53 twee kleine tongewelvenkeldertjes naast elkaar waarbij de helft van de beerput tot kelderdiepte werd gesloopt. Slechts de onderste halve meter met vondstmateriaal bleef onder de keldervloer behouden.

Het vondstmateriaal (OW53-1) bestaat uit een maigelein, een roodbakkende bakpan, kom, twee borden en twee olielampen, een Langerwehe-steengoed kruikje, een fragment van een tweede, een Langerwehe 'spinpotje' en een spinklos, voorts wat botmateriaal van vis, gevogelte, kleine en grote zoogdieren.

Twee late Siegburg protosteengoedscherven (OW53-2), gevonden in waarschijnlijk de insteek van de stadsmuur, wijzen op de datering van de bouw van de muur omstreeks 1275-1300.

Een bijzonder object werd onder de keldervloer van het noordelijke keldertje gevonden: een benen tuimelaar van een kruisboog, datering vermoedelijk 15e eeuw (OW53-3), zie J. Baart 1977, Opgravingen in Amsterdam p.446-448.
Voor afbeeldingen van de opgravingen zie: het klompje

In deze noordelijke kelder werd eveneens tussen de steunberen het restant van een beer- of afvalkuil gevonden uit de periode 1500 - 1550. Slechts drie objecten konden archeologisch worden gereconstrueerd: een tonpot en een hoge steilwandige grape van witbakkend Hafner-aardewerk en een roodbakkend kommetje met worstoor (OW53-4).
De overige losse vondsten waren niet bijzonder en hebben een onduidelijke vondstcontext.

In de kelder is een kleine tentoonstelling van het vondstmateriaal ingericht die te bezichtigen is tijdens de openingstijden
van fruitbar "Take a Shake", in de zomermaanden zaterdag van 11.00 tot 17.00.

 

Joomla Templates and Joomla Extensions by ZooTemplate.Com