Geschiedenis 
'Overzicht'
  Tijdbalk
De plaats is al bijna tweeduizend jaar onafgebroken bewoond. De lokatie aan twee goed bevaarbare rivieren op een zandrug met rivierduinen temidden van drassige overstromingsgronden (Zutphen = zuidvenne) was natuurlijk goed gekozen. In 882 werd het hier gevestigde frankisch koningshof en de nederzetting door de vikingen verwoest.  Als reactie werd rond 890 een grote ringwalburg aangelegd die nog altijd het centrum van de stad vormt, omsloten door de huidige Markten die toen droge grachten en aarden wallen waren

Oude IJsselloop

In de 11e eeuw werd Zutphen korte tijd een residentie van de Duitse keizers die hier een imposante romaanse palts van 54 meter lengte lieten bouwen. In 1046 werd Zutphen en het omliggende graafschap door de keizer geschonken aan de bisschop van Utrecht, die er de eerste grote St. Walburgiskerk liet bouwen. De bisschop liet het bestuur van de burcht en het graafschap over aan een grafelijke familie die zich graven van Zutphen gingen noemen.

Maquette Zutphen rond 1100

Deze graven werden snel machtig en lieten zich weinig gelegen aan hun heer de bisschop. Na een machtsstrijd om de Zutphense erfenis tussen 1120 en 1138 kwam het graafschap in handen van de graven van Gelre. Graaf Otto I van gelre en Zutphen verleende de stad tussen 1191 en 1196 als eerste gelderse stad stadsrechten. Dat betekende o.a. zelfbestuur, eigen rechtspraak, en het instellen van de nog altijd bestaande donderdagmarkt. De stad nam een centrumpositie in doordat ze de moederstad was van een grote stadsrechtfamilie. Dat waren steden die stadsrecht gekregen hadden naar Zutphens model. In moeilijke juridische gevallen bijvoorbeeld werd dan ook veelvuldig advies gevraagd van de Zutphense schepenen (stadsbestuurders).
Zutphen groeide in de 13e eeuw zeer snel.

Stadsrechten

Kooplieden uit vooral het Rijnland vestigden zich in Zutphen, aangelokt door gunstige ligging aan de belangrijkste vaarroute tussen het Rijnland en de Noord- en Oostzee en de vele tolvrijheden. Je kon de Zutphense vrachtvaarders tegenkomen in Engeland, Noorwegen, langs de kusten van de Oostzee tot in Estland, in Duitsland, Vlaanderen en in Frankrijk. Rond 1250 stichtte de graaf zelfs een nieuwe stad ten noorden van de Berkel: de Nieuwstad.

De Hanzetijd bracht Zutphen grote rijkdom. Over zee en over de IJssel naar de Rijn vervoerden en Zutphenaren voornamelijk haring, boter en bier en namen wijn mee terug. Over land en over de Berkel was hout het belangrijkste artikel. Zutphen en Deventer hadden belangrijke houtmarkten.
Zutphen nam gretig deel aan het Hanzeverbond; de stad had zelfs een eigen nederzetting in Schonen, een recht dat de koning van Denemarken had gegeven. De rijkdom die Zutphen als hanzestad verwierf, valt ook nu nog af te lezen aan de fraaie panden in de binnenstad. Pakhuizen, koopmanshuizen, kerken maar ook delen van de vesting komt u tegen tijdens de stadswandeling door de slingerende straatjes in het centrum. Ook achter gemoderniseerde gevels gaat vaak een rijk hanzeverleden schuil, iets waaraan tijdens de wandeltocht aandacht wordt geschonken.

 

 


 

 

 
 
 
 
 
In de 13e en 14e eeuw werd de oude en de nieuwe stad in haar geheel ommuurd. De nog bestaande delen van de stadsmuur dateren dan ook uit die tijd. Al vanaf de 13e eeuw waren er nauwe contacten met de Duitse Hanze. Toen het vanaf de 15e eeuw economisch slechter ging werd de stad steeds afhankelijker van het Hanzelidmaatschap. De bloeitijd van de stad duurde van ongeveer 1200 tot 1400. In de 13e eeuw waren de meeste huizen nog van hout. Na een aantal catastrofale stadsbranden (1284, ca. 1310 en 1336) stimuleerde het stadsbestuur de burgers om de herbouw van hun huizen in baksteen uit te voeren. Er lagen bij de bouw van een stenen huis forse subsidies van bakstenen en dakpannen in het verschiet.

Opgraving Keizerlijke Palts 's Gravenhof

Uit bouwhistorisch onderzoek in de laatste jaren is gebleken dat er in Zutphen nog honderden huizen uit de middeleeuwen achter de veelal jongere voorgevels bewaard zijn gebleven. Een groot aantal van die middeleeuwse huizen behoren tot de grootste en best bewaard gebleven huizen in Nederland.

Middeleeuwse kapconstructie

De jarenlange strijd van de hertog van Gelre met Bourgondië en het Habsburgse Rijk, de opkomst van de Hollandse steden, de verzanding van de IJssel en de langdurige oorlog tegen de Spanjaarden deden haar gunstige handelspositie verloren gaan. De Hanzecontacten verliepen. Toch werd Zutphen in de 17ee eeuw een welvarende marktplaats, een levend centrum voor een wijde landbouwende omgeving. Zutphen bleef de hoofdstad van het voormalige graafschap dat Het Kwartier van Zutphen werd genoemd. In de 17e en 18e eeuw werd Zutphen extra versterkt door een ring van bolwerken en wallen. De stad werd Frontierstad van de republiek van de 7 Verenigde Nederlanden. In de 18e eeuw werd de stad gekenmerkt door een bevolking van adel, renteniers, ingekwartierde soldaten, neringdoenden, ambachtslui en boeren.

Vesting- Frontierstad Zutphen 1820

In de 19e eeuw groeide de bevolking van 8000 tot 16000 inwoners op slechts 40 hectare grond binnen de middeleeuwse stadsmuren, ingeklemd door haar vestingwerken. De ruimtelijke groei kwam er pas in toen in 1874 de wallen rond de stad konden worden geslecht, omdat toen de vesting Zutphen werd opgeheven. Zutphen bleef een handels- en marktstad met een belangrijke verzorgende functie, ook na de laatste oorlog die hier veel verwoestingen aanrichtte. Na de oorlog is de wederopbouw van Zutphen voortvarend ter hand genomen. Hierbij is veel aandacht besteed aan het behoud van de honderden fraaie monumenten in de stad. Hiervan plukt de stad nog altijd haar vruchten: jaarlijks bezoeken meer dan een miljoen toeristen de oude Hanzestad aan de IJssel. Tot in de tachtiger jaren blijft een van de grootste problemen van Zutphen het gebrek aan ruimte. Hieraan komt in 1989 een eind: Zutphen breidt zich uit tot ruim 2500 hectare.
 
Woonwijk Leesten

Deze gebiedsuitbreiding geeft Zutphen weer de ruimte om te bouwen aan een nieuwe woonwijk: Leesten. Jaarlijks worden hier enkele honderden nieuwe woningen gebouwd. Voorafgaande aan de woningbouw wordt sinds 1992 structureel archeologisch onderzoek verricht naar de prehistorische en middeleeuwse nederzettingen in dit gebied. Het nieuwe bedrijventerrein De Revelhorst geeft ook bedrijven de ruimte om in Zutphen neer te strijken zodat ook de werkgelegenheid kan groeien. Op deze wijze kan Zutphen haar centrumfunctie voor de regio behouden en verder versterken. Door de vorming van het stadsgewest De Stedendriehoek met als basis de steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen blijft de van oudsher goede concurrentiepositie ten opzichte van andere stedelijke centra gehandhaafd.