Van
Engepoort tot Ettinger
Sinds haar
bestaan als stad is het beeld dat we van Zutphen
kennen dat van een stad omgeven door wallen walmuren
poorten en grachten. Deze overgang van stad
naar land was een zeer abrupte. Buiten de vesting
bevond je je direct op het wat we nu plegen te
noemen het 'platteland'.
Dat er in de loop der eeuwen diverse oorlogen en
ontwikkelingen van steeds weer nieuwe aanvalswapens
aan dit beeld ten grondslag hebben gelegen, doet
niet af aan het feit dat we momenteel genieten van
wat over is van wat ooit begon als noodzakelijke
beveiliging. Gaven in de vroege Middeleeuwen aarden
wallen met houten staketsels voldoende bescherming,
waren later stenen ommuringen noodzakelijk die op
hun beurt in de loop van de 17e en 18e eeuw weer
werden omgeven door een verdedigingssysteem met
bastions, grachtengordels en lunetten.
Ook al is van
Zutphens oudste vorm niet alles bekend, toch weten
we door archeologisch onderzoek, dat de kern van de
oude stad werd omsloten door een driedubbele droge
(1) gracht. Deze is herkenbaar aan het tracé dat
door de huidige markten wordt gevolgd.
Om een beeld te
vormen van de ontwikkelingen van Zutphens
vestingbouw volgt hier in vogelvlucht een overzicht
van de in de loop der eeuwen gebouwde vestingwerken.
Omstreeks de tweede helft van de dertiende eeuw zal
er een vestingswal of -muur hebben gelopen langs de
huidige Bornhovestraat en het Armenhage naar het
‘Rondeel’, een vestingtoren ter plaatse van het
huidige Hagepoortplein. Vandaar uit liep de muur of
wal langs de zuidzijde van het huidige Rijkenhage
naar de Engepoort.
Van de poort zijn fundamenten teruggevonden aan het
einde van de Turfstraat. De Turfstraat werd in de
Middeleeuwen Enckpoirterstraite genoemd. Deze
Enckpoirt is nog aangegeven op de stadsplattegrond
van Braun en Hogenberg uit de tweede helft van de
zestiende eeuw. De naam van de poort is afgeleid van
het bouwlandcomplex, de Zutphense eng of enk dat
zich ten noorden van de stad bevond. (ter plaatste
van de huidige Deventerweg).
Vervolgens zal de muur / wal
gelopen hebben langs de zuidkant van de Molenbeek,
de huidige Berkel. Hierin
heeft in het verlengde van de Barlheze de oude
vestingtoren de Apenstert gestaan.
Deze Apenstert een oude hoektoren van de waterpoort
(de tegenhanger van de Berkelruïne) zal ook deel
hebben uitgemaakt van de omwalling. Ze heeft in de
Middeleeuwen nog als gevangenis dienst gedaan.
Nadat in 1312 het gebied van de Nieuwstad met dat
van de oude stad was samengevoegd, begon men met de
bouw van een nieuwe stadsmuur. Hierin werden delen
van de oude muur geïntegreerd.
Daar waar de
muur moest worden onderbroken voor het verkeer
werden afsluitbare poorten gebouwd. De
plaatsing hiervan werd zoveel mogelijk afgestemd op
de ligging van de straten. Door de poorten dusdanig
te situeren kregen ze een dubbele functie, te weten
een extra defensieve en een verbetering van het
schootsveld. In deze muur die het
gehele stadsgebied omsloot, bevonden zich in totaal
eenentwintig torens.
Poorten die naar
alle waarschijnlijkheid uit die periode stammen zijn
de Spittaal-,
Laar-,
Nieuwstads-, Veer-, Olie-,
Mars- Rode- en
Vispoort. De Vispoort
diende geen verkeersroute maar was bestemd voor aan-
en afvoer van goederen uit de haven, wordt pas in
1400 voor het eerst genoemd. De Marspoort pas voor
het eerst in 1393 en is waarschijnlijk als
vervanging gebouwd voor een oudere iets noordelijker
gelegen poort. De
Drogenapstoren stamt uit een latere periode. Ze
is in 1444 gebouwd om slechts 21 jaar dienst te
doen tot 1465. De Berkelpoort nu bekend als
Berkelruïne was de overbrugging daar waar de
muur de Berkel kruiste. Deze ook wel ‘Bovenberg”
geheten waterpoort is slechts één van de twee
waterpoorten die Zutphen ooit heeft gekend. Ter
hoogte van het huidige postkantoor moet een
westelijke poort hebben gestaan die al in de tweede
helft van de achttiende eeuw is gesloopt. Het
Hagepoortje is wat in dit overzicht niet mag
ontbreken van veel later datum. Het wordt pas in
1586 naast de Bovenberg aangebracht voor uitsluitend
voetgangersverkeer. Deze situatie blijft
grotendeels tot in de negentiende eeuw bewaard.