Straten in Beeld:    Straatnamen

 

Het oppidum Zutphen van rond 900 was de ronde burcht tot aan de huidige marktengordel! De binnenburcht had een extra verdediging in de stad. Deze zgn binnenversterking rondom het paltscomplex bestond uit een omwalling en grachtengordel. De gracht had een breedte van maarliefst 13 meter en had een diepte van ca. 3 meter. Binnen deze 'hofgracht' moet een 16 meter brede en minimaal 5 meter hoge wal hebben gelegen.

Het beukerstraatgebied tot de Oude Wand en de Barlheze zijn uitbreidingen in de 12e eeuw. De Hagen en Bornhofomgeving dateren uit ca. 1200. Daarmee had de Oude stad een vierkante vorm. De Waterstraat is in feite een nieuwe oeverstraat aan de zijde van de door de IJssel weggespoelde deel van de ringwalburg (oppidum) uit ca. 890. De Spittaalstraat en Laarstraat waren reeds als lintbebouwing in de 13e eeuw bebouwd.
Rond de burg ontstond een stratenpatroon met rondlopende straten, dit was met name zo gebouwd om sluipschutters geen kans te bieden. Het zichtveld was door de ronde aanleg namelijk beperkt. Aan de hand van foto's en oude ansichtkaarten en verhalen uit de betreffende straat, breng ik een aantal "STRATEN in BEELD".

Mocht u (en dat mag ook iets zijn uit het recente verleden) iets weten te vertellen over uw straat, mail het mij alstublieft, ik hoop hieruit een mooi beeld te kunnen krijgen over het leven in onze stad.     info@kijkopzutphen.nl
 

Een straatnaam of hodoniem is een woord om wegen (straten, lanen, allees, enz.) te kunnen aanduiden. Het vormt een onderdeel van de toponymie. Het wordt onder andere gebruikt voor het versturen van post.

Geschiedenis
Pas in de negentiende eeuw werd in Nederland een systeem van straatnamen en huisnummers ingevoerd. Toen werden ook straatnaambordjes aan de gevels bevestigd. Vaak werden in de volksmond ontstane namen van straten toen de officiële naam. Deze volksnamen duidden vaak de functie van de straat aan ('Veemarktstraat'), de ligging ('Poortstraat'), of degene(n) die er ooit gewoond had(den) ('Barteljorisstraat' of 'Minnebroederssteeg'). Ook heetten straten vaak naar uithangborden of gevelstenen van huizen die aan de straat stonden, zoals in Maastricht de Morenstraat, waar op de hoek het huis In den Moriaan staat.

In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam het vernoemen van straten naar personen met een bepaalde staat van dienst in zwang. Toen na 1900 hele nieuwe wijken tegelijk werden gebouwd, bedacht men bepaalde thema's per wijk, zoals de Vogelbuurt in Den Haag (en vele andere steden) of de Kruidenbuurt in Eindhoven (idem).

In Nederland is de gemeente sinds de Gemeentewet van 1851 verantwoordelijk voor de straatnaamgeving. Het College van Burgemeester en Wethouders stelt de namen vaak vast in samenwerking met een '(advies)commissie straatnaamgeving'. Vrijwel alle Nederlandse gemeenten hebben regelgeving hieromtrent vastgelegd in een 'straatnaamverordening'.

De meeste oudere straatnamen eindigen op de aanduiding voor het type weg. Straten zijn van oudsher gelegen binnen een stad en meestal verhard ('bestrating'); wegen liggen daarbuiten. Voorbeelden van dit soort achtervoegsels zijn de 'Larixstraat', de 'Zamenhofsingel' en de 'Frankrijklei'. In Nederlandse nieuwbouwwijken wordt het type weg ook wel achterwege gelaten. Men krijgt dan straatnamen als 'Tilligterbeek', 'Fioringras' en 'Hazelaar'. Ook gebruikt men vaak fantasievolle achtervoegsels als '-strook', '-weide' of '-landen'. Ingewijden weten aan het achtervoegsel in welke buurt een straat gezocht moet worden, en zelfs uit welke tijd een wijk stamt. Zo duiden '-dreven' vaak op een ontstaan in de jaren '60 - denk aan de wijk
 





Bron: wikipedia